Dodelijke melk: Instincten deel 3

dodelijke melk

Ik ga over melk schrijven. Moedermelk en kunstvoeding. En dat is een heel, heel gechargeerd onderwerp. Erger dan bevallingen en vagina’s , de zogenaamde ‘mommywars’ vechten zich voornamelijk uit op het veld van de tiet en de fles.

Hoe de meeste vredelievende schrijvers dit aanpakken is zacht. Rustig worden mensen er aan herinnerd dat moedermelk toch ‘het beste’ is en kunstvoeding ‘ook goed’. …..Tja…daar ga ik dus een andere weg in. Als je mij een beetje kent weet je dat ik bepaald geen blad voor mijn mond neem. Jullie Dolle Moeder is een vrouw met een mening en die mag gehoord.

Maar wacht! Geef me nog heel even voordat je boze comments gaat tikken. Waar ik over ga praten is namelijk het systeem, niet het gezin. Mijn boosheid ligt bij de overheid en de hulpverlening. Niet, nooit, bij de moeder die door misinformatie en slechte begeleiding gedwongen werd een keuze te maken. Al helemaal niet bij de (geschatte) 2% vrouwen die werkelijk geen goede melkproductie kunnen hebben.

Dit gaat over feiten, over kinderlevens en over instincten. Dit is niet een poging om ouders die een keuze hebben gemaakt om hun kind in leven te houden af te vallen!

Zo. Klaar. Nu kunnen we echt beginnen.

Melk. Een baby heeft melk nodig. En dat weet die baby heel instinctief. Als de vrouw uit dat filmpje (de link in de vorige zin, ga maar even kijken. Zo terug) een fles naast haar borst had gehouden, waar denk je dat die baby heen gekropen zou zijn? Juistem! Tiet voor baby’s! Een kind kan overleven op de fles. Soms moet het wel. Een kind kan ook overleven op een eigen kamer en zonder ouders. Maar er is een groot verschil tussen overleven en opbloeien. (Jup, ik zeg het. Zwart op wit. Kunstvoeding is overleven, meer niet…… Rustig aan. Adem even. Weet je het bovenste stukje nog? Ik vindt een hoop mis met het systeem, maar niet met jou! Jij flesvoedende moeder die heeft gezorgd dat haar kind kon overleven. Nogal belangrijk, dat overleven.)

Inspiratie voor dit stuk kwam in de combinatie van twee artikelen. Ten eerste dit blog van Gonneke van Veldhuizen-Staas, lactatiekundige. Ten tweede de verklaring van het WHO dat borstvoeden 800 000 levens per jaar kan redden.

Korte uitleg: Gonneke stelt heel juist dat borstvoeding niet de betere optie is, het is de norm. Het niet geven van borstvoeding draagt een risico op ziektes net als het niet binnenkrijgen van genoeg ijzer risico’s heeft.

De stelling van het WHO: als elk kind in het eerste levensuur borstvoeding krijgt, alleen borstvoeding krijgt voor de eerste zes levensmaanden en daarna borstvoeding naast vaste voeding krijgt gedurende minimaal de eerste twee levensjaren, 800 000 kinderen gered kunnen worden per jaar.

Combineer die twee en ik ga dus het volgende beweren: Het geven van een vorm van kunstvoeding kost 800 00 kinderlevens per jaar! (Hoppa! en iedereen wordt boos. Nogmaals, het systeem, niet de moeder)

Ok. Hier komen nog wat feitjes. We gaan het even over iets heel anders hebben. Kunnen we allemaal even ademhalen voor we weer in de melk duiken.

Ongevallen. (Hmm. Dat ademhalen wordt een beetje moeilijk. Ook een zwaar onderwerp. Maar! Geen melk. Ongevallen hebben niets, helemaal niets met melk te maken.) Ik ben wat in de cijfers gedoken en ga nu uit van deze infographic. In 2013 zijn er 6.3 miljoen kinderen onder 5 jaar gestorven. 5% Daarvan aan ongevallen (injury). In cijfers zijn dat er 315 000. Dat zijn een hoop gestorven kinderen en de meeste ongevallen zijn te voorkomen. Zeer begrijpbaar dat er dus allerlei campagnes  en wetten zijn om kinderen zo veilig mogelijk te houden.

Ok…terug naar de melk…voel je al wat aankomen? Hoe kan het, hoe accepteren we het, dat er meer dan dubbel zoveel kinderen sterven aan het niet krijgen van borstvoeding dan aan ongelukken!? Waar zijn de reclamefilmpjes? De wetten? Waar is de internationale verontwaardiging?  Het is nog steeds zo, en we hebben deze gegevens al eventjes, dat borstvoeding amper beschermd is. Kolfrecht hebben we maar wordt vaak zeer slecht nageleefd. Er zijn geen wetten om borstvoedende moeders te beschermen. Lacatiekundige zorg zit niet in het basispakket van de zorgverzekering. Er zijn nog steeds veel, heel veel, zorgverleners die keihard onzin verkopen over borst en kunstvoeding.

Ongeveer 80% van moeders wil bij de geboorte van hun kind borstvoeding geven. Na zes maanden is meer dan de helft gestopt, vooral vanwege pijn, ongemak of de zorg te weinig melk te hebben. Dat zijn kwaaltjes die vrijwel geheel voorkomen of opgelost kunnen worden. Met goed advies, met steun, met een samenleving die achter je staat. Daarbij denk ik dat de 20% die meteen voor kunstvoeding kiest wellicht nog even zou nadenken als ze weten welke risico’s daaraan kleeft.

Moeders hebben recht op het geven van borstvoeding! Recht op steun, recht op tijd. Recht op goede en juiste informatie op het moment dat ze dat nodig hebben.  Het recht om niet weggezet te worden in een hoekje als je voedt, het recht om niet raar aangekeken te worden. Maar ook niet voedende partners (vader of mee-moeder) hebben rechten; tijd om hun partner te steunen, respect en aanzien als ze dat doen. Het recht om verdorie niet weggezet te worden als lastig of doetje als je voor je kind zorgt!

Pfff…..even rustig worden hoor. Dit ligt mij aan het hart….zo…het gaat weer…

Of het nu om hete thee, autostoeltjes of melk gaat, kinderen verdienen de meest veilige optie. Daarom verdienen ouders echte informatie, zodat ze echte keuzes kunnen maken. Kan je je voorstellen dat een agent zegt dat je je kindje ook gewoon op de achterbank kan zetten “als een autostoeltje niet lukt”? Onzin toch?

Ik weet dat ik harde taal praat. Ik weet dat er ouders zijn die om voor hun echte hele goede redenen voor kunstvoeding kozen. Soms moeten kinderen gewoon overleven. Maar ik droom van een wereld waar ouders echte steun krijgen om hun kinderen veilig te houden. Ik droom van een tijd dat er borstvoeding oplossingen komen voor borstvoeding problemen. Dan kan die hele kunstvoeding industrie op de schop!

….heb ik al een gezegd dat ik geen fan ben van Nutricia?

Advertisements

Samen Slapen: instincten deel 2

10455847_1039621806082766_4363838500454532339_n

Ik wil praten over slapen. Beter gezegd, ik wil praten over slapen met kinderen. Maar voordat ik begin even een disclaimer: ik ben hier niet om andere gezinnen te veroordelen. Ja, ik heb een grote mond en wat ik zeg (schrijf) kan flink hard overkomen. Had ik maar een man moeten zijn, die mogen namelijk wel hard roepen, maar als vrouw niet natuurlijk.
Maar goed, we verdwijnen in feminisme en ik wil het hebben over babies. Mijn disclaimer; dit is mijn eigen, onderbouwde, mening over een slaappatroon van babies. Dit is niet, nooit, bedoeld om te veroordelen hoe jij en je baby slapen! Ieder gezin doet hun best met de informatie die ze hebben. Dat is het enige waar ik wat aan wil doen. Informatie. Zodat gezinnen een goede keuze kunnen maken die werkt voor hen.

In mijn vorige stuk heb ik gepraat over instincten en de babies die er mee geboren worden. Via die instincten kan een baby overleven in een wereld die nog flink vijandig voor haar is. Ook onze moderne wereld waar roofdieren tot het verleden behoren. Kou, warmte, eenzaamheid en honger zijn hier en nu nog echte gevaren. Gelukkig weten kleine mensen heel goed waar de oplossing is voor al die gevaren. Dat zijn de ouders en daar moet je dus in de buurt blijven. Een baby hoort, dag en nacht, in de veilige armen van een volwassene of ouder kind (jup. Oudere kinderen zijn heel goed in staat om overdag voor jongere kinderen te zorgen).

Daar is al heel, heel veel over geschreven. Dus wil ik een beetje inzoomen, op de baby die rustig alleen lijkt te slapen. Soms zijn er kleintjes die ogenschijnlijk beter slapen als ze alleen zijn. Bij mamma en pappa op de kamer slapen ze dan onrustig en in hun eigen kamertje zo de hele nacht door.

“Ik volg mijn kind” hoor ik dan van verschillende moeders. En dat snap ik. Het lijkt er echt op dat de baby zo gelukkiger is. Toch heb ik daar een ander inzicht in. Dan moet ik wel even wat achtergrond informatie geven. En voor alle duidelijkheid, ik praat over kinderen van 0 tot 2 jaar, die nog niet met woorden kunnen aangeven dat ze een eigen bed willen.

Ok..daar gaan we. Informatie:

Fight, flight or freeze.

Heb je wel een iets ernstigs meegemaakt? Iets wat heftig en onverwacht was? Of anders gezien op het nieuws? Dan heb je misschien opgemerkt dat er eigenlijk drie soorten reacties zijn. Denk even aan een ongeluk. Er is iets ergs gebeurt en er staan mensen omheen.

Fight. Dit is degene die er op af rent. Degene die actie onderneemt, tussen mensen in springt of snel EHBO gaat verlenen.

Flight. Dit is degene die snel doorloopt of zelfs letterlijk wegrent. Geen teken van lafheid maar een instinct. Soms zullen deze mensen zichzelf ervan overtuigen dat ze niets hebben gezien of gehoord. Negeren is ook een vlucht.

Freeze. Degene die stilstaat. In afschuw lijkt te kijken maar niets doet. Vaak tot een ander ze aantikt of aanspreekt.

Alleen gelaten worden is voor een baby net zo erg als een ongeluk voor ons. Het kind voelt zich extreem onveilig. Gevaar! Nu komt dus de instinctieve reactie. Flight is geen optie dus er zijn twee mogelijkheden. De meeste kinderen kiezen Fight. (Zie je al een baby voor je met bokshandschoenen? Ik wel. Leuk joh, beelddenker zijn) Dat uit zich in het welbekende huilen. Alarmsignaal! Rood hoofd, bewegende ledematen. “Doe iets!!!” Hardstikke duidelijk.

Als het alarmsignaal niets oplevert gaat een kind uiteindelijk naar de Freeze reactie. “Ik hou me stil zodat het gevaar me niet ziet” Maar, en nu komt het, er zijn kinderen die meteen in deze fase schieten. Dat kind is dus niet rustig. Dat kind is in gevaar!

Wat volgt bij deze ‘freeze kinderen’ is een onnatuurlijk diepe slaap. Een afsluiten van gevaar wat psychologische schade doet, zeker op de lange termijn. Buiten dat geeft deze diepe slaap een grotere kans op wiegendood. Een baby kan dan stoppen met ademen en zonder externe prikkel niet weer starten.

Dan de andere situatie: onrustig slapend bij de ouders. “Dat is toch ook niet goed” zegt de vertwijfelde moeder tegen haarzelf. We hebben immers geleerd dat kinderen diepe, lange, slaap nodig hebben om te groeien. En daar maken we dus een verkeerde aanname; dat onrustige slaap slecht is.

Wij zijn groepsdieren. Geprogrammeerd om geluid om ons heen te hebben. Het idee dat we acht uur lang in coma moeten liggen klopt totaal niet. Slaap mag in stukjes komen. Even waker worden, om je heen kijken, het vuur aanporren en weer gaan slapen. Dat is wat onze voorouders altijd deden.

Als tegengeluid hoor ik dan vaak dat het kind chagrijnig is na zo’n onrustige nacht. Dan moet het wel verkeerd zijn toch? Meestal is die slechte bui meer van de ouders afkomstig. Kinderen nemen je gevoel en stemming heel makkelijk over.

Het komt er dus op neer dat we moeten herleren wat gezonde slaap is. Waakzame en onderbroken slaap in een veilige omgeving (bij de ouders) is beter dan een onnatuurlijk diepe slaap in een voor een baby onveilige omgeving.

Blijft er nog een probleem over; je eigen slaap. Wij zijn vaak opgevoed met het idee dat je dus wel die acht uur aan een stuk nodig hebt. Daar is ons lichaam aan gewend geraakt en zonder dat hebben we het idee een slaapgebrek te hebben. Hoe leren we dat weer af?

Kort antwoord: volhouden.

Lang antwoord: ga ik een stukje aan wijden. Maar niet meteen. Volgende keer gaan we namelijk praten over melk….dodelijke melk….

1459109_917117858333162_6595301474742317398_n

 

Ouderwetse opvoedkunde: instincten deel 1

_DSC0181Ik weet nog dat ik op jonge leeftijd inzag dat mensen een diersoort zijn. Vlak daarna zag ik in dat de meesten van mijn leeftijdsgenootjes dat niet vonden. Een flink aantal volwassenen ook niet.

“Er zijn dieren en mensen.”  werd er gezegd, en toch is het zo. Geen kwestie van mening maar een kwestie van feit. Wij zijn dieren. Aapachtige zoogdieren. Groepsdieren. Prooidieren.

Ook hebben we, vanuit onze dierlijke aard, nog een aantal instincten en behoeften. Nergens wordt dat meer duidelijk als bij een baby. Een klein mensje wat nog niet heeft gehoord van beschaving, tv en WiFi. Uiteraard moet dat zo snel mogelijk de kop in gedrukt. De denkende mens, de geëvolueerde mens, de wetenschappelijke mens, is er een die zijn instincten overwonnen heeft. Met lichaam als ongemakkelijk voertuig voor de geprijsde hersenen struikelen we door het leven, nieuwe ontdekkingen achterna.

Voel je al dat ik hier een mening over heb? (Oh Shit! Een vrouw met een mening! )

Ok. Babies. Instincten. Stukje je geschiedenis. (Zet bril op, pakt aanwijsstok)

In het pre industriële tijdperk was het gezin een economische eenheid. Er werd samen geleefd en samen gewerkt. Al het werk was huiswerk (werk wat je thuis doet om het gezin draaiende te houden. Of dat nu schoonmaken of oogsten is). Toen gebeurde er twee dingen.

Ten eerste: fabrieken. Er kwamen fabrieken, mensen verhuisden meer naar de stad en “Liefje ik ga naar mijn werk” was geboren. Zoals absoluut elk gezin met kinderen heel grondig beseft is dat moeilijk te combineren met zorg voor de kleintjes.

Ten tweede: John B Watson en zijn onfrisse ideeën over kinderen en opvoeding. Jannetje is de vader van het behaviorism. Kort samengevat: de psyche van een mens is als een machine. Geprogrammeerd door voorgaande ervaringen en dus ook opnieuw te programmeren. Klinkt misschien niet zo heel erg, maar dit experiment is erg verhelderend (ga even kijken, echt..ik wacht wel….ben je er weer?…erg hè..)

Janneman hield zich onder andere bezig met het opvoeden van kinderen. Nou ja, met de theorie daarvan. Dat was tot nog toe overgelaten aan moeders en hun instincten. Uiteraard moest dat snel rechtgezet worden met de ferme hand der wetenschap! Opvoeden ging volgens hem over het creëren van een goede burger. Dat ging met zo min mogelijk affectie. Een kind mocht de ouder nimmer tot last zijn en de moeder mocht niet al te veel aandacht geven. Zal het je verbazen dat zijn eigen kinderen niet echt goed geëindigd zijn? Zelfs zijn kleindochter heeft naar eigen zeggen schade opgelopen door zijn opvoedmethodes.

Toch is veel van wat deze man heeft bedacht in onze maatschappij doordrongen. Ken je de term “Rust, Reinheid en Regelmaat”. Vast wel. Het hele laten huilen, strenge, hij-moet-zelf-leren-slapen opvoeden komt bij de goede meneer Watson vandaan.

En zo zijn generaties aan kennis weggevaagd. Van moeder op dochter, eeuwenlang, werd wijsheid doorgegeven, om uitgewist te worden door de strenge heren wetenschappers. Nu komen we langzaam daarvan terug maar voelen we het gemis. We zijn zo ver van onze eigen dierlijke aard dat we er niet meer op durven vertrouwen. De stem van instinct is zacht en snel overstemd. Ja, ouders voelen vaak nog wel hoe de natuur het wilt, maar worden ook snel onzeker. Dus wat dan? Mijn voorstel is driedeling, met aan het eind een spannende twist.

Ten eerste:

Vertrouw op je kind. Een pasgeboren baby weet nog niets van beschaving en opvoedkunde. Haar innerlijke stem is luid en duidelijk. Ze uit verlangen naar de dingen die ze echt nodig heeft en geeft weerstand tegen moderne verzinsels. Helaas vinden we het tegenwoordig zelfs nog moeilijk om naar de luide stem van een baby te luisteren. Of we willen wel, maar weten echt niet meer wat de behoefte is. Vandaar….

Ten tweede:

Leer van de primitieve stammen die er nog zijn. Zoek plekken zonder beschaving waar mensen van alle leeftijden gelukkig zijn. Niet genoeg airmiles voor een retourtje jungle? Gelukkig heeft deze dame het werk al gedaan. Haar boek The Continuüm Concept is een verhelderende aanrader. Ontwaak je innerlijke jungle ouder. Gepaste kledij is optioneel.

Ten derde: (en nu de twist)

Luister naar de wetenschap. Wat! Diezelfde wetenschap die de boel in het begin zo verpest heeft? Niet helemaal. Gelukkig is er wel het een en ander veranderd in de rangen der onderzoekers. Hoewel nog steeds een patriarchaal bolwerk is in ieder geval de kwaliteit van de data vooruit gegaan. En wat blijkt? Opvoeden met liefde is goed. Liefde is het ingrediënt waardoor jonge hersenen groeien. De wetenschap begint eindelijk, eindelijk, uit te vinden wat onze voormoeders al heel lang wisten.

Babies moet je knuffelen. Zo veel mogelijk.

In de komende weken wil ik wat dieper ingaan op de instinctieve behoeften van kinderen. Volgende keer: slapen in gezelschap.

 

 

Recept: plantenburger

_DSC0087

Ik hou erg van flexibele recepten. Of beter gezegd; ik ben gewoon niet zo goed in het volgen van precieze aanwijzingen. Nooit geweest ook. Te koppig of gewoon te slordig, zal ook wel niet meer veranderen.

Gelukkig zijn er ook recepten die meer bewegingsruimte hebben, die je een beetje op gevoel maakt. Zo heb ik ook leren koken; op gevoel. Als je aan mijn moeder een recept vraagt krijg je een hoop handjes en beetjes te horen.

Deze plantaardige burger is precies waar ik van hou. Een gerecht dat je op gevoel maakt, en waar ook nog eens al je overgebleven restjes groenten in kunnen. Dat stukje slappe bloemkool? Prima! Die ene aardappel? Gooi er maar in! En dat blikje rare bonen achterin de kast is ook welkom. Het eindresultaat is er alleen maar beter door. Oh, en dat eindresultaat is ook nog eens aan te passen in vorm. Het hoeft geen burger te zijn. Balletjes mogen ook, of nuggets, of iets heel anders als je zo creatief bent.

Wat heb je nodig:
  • Een (zoete) aardappel, wortel of andere stevige knol.
  • Groenten. Wat je over hebt. Broccoli, aubergine, mais. Vanalles kan. Kwestie van proberen wat je lekker vind.
  • Ui en knoflook.
  • Kruiden: vleeskruiden zijn een makkelijke winnaar. Garam Masala doet het ook goed.
  • Bonen. Uit blik of glas of zelf voorgekookt. Mag van alles zijn. Rode Kidney bonen leveren ijzer. Witte bonen zijn goed om geen-kip nuggets mee te maken (neem dan ook lichtgekleurde groenten)
  • Havermout.
  • Chia zaad.
  • Olie.

Snij alle groenten en knollen van te voren in kleine stukjes. Warm de olie op in een koekepan en fruit de ui en knoflook. Dan de knolgroente erbij en na een paar minuten de rest van de groenten (of je flikkert alles gewoon in de pan. Doe ik ook vaak zat). Bonen erop, kruiden erbij, even roeren en afdekken met een deksel (had ik al gezegd dat je een koekenpan met deksel moet hebben? Nee? Niets erg, heb ik ook niet. Pak gewoon het deksel van die grote braadpan die je nooit gebruikt.) Zo mag je het een tijdje laten pruttelen. Tot de knol zacht is. Geen idee hoe lang dat gaat zijn, dat hangt af van jouw knol, en jouw snijwerk.

Doe ongeveer twee koppen havermout in de blender of haal de staafmixer er doorheen (stuif!). Dat geeft een soort havermout meel. Het is moeilijk van te voren te zeggen hoeveel je nodig hebt en meer maken gaat lastig straks want dan is je blender vies (met groenteprut, kom ik zo bij). Ik maak dus altijd ruim en zet wat over is weg voor de volgende keer.

Nadat je een rustig boekje hebt gelezen op de bank (whahahahaha!!! ok, ok. even een grapje. Nadat je de was hebt opgehangen en de baby drie keer van een wisse dood door lego hebt gered) is je groente wel zacht. Schep het in de blender en maak het fijn. Nu mag het chia zaad er doorheen. (hoeveel? eeehhhh, een handje, ok? Twee eetlepels. Zoiets. Het is gezond spul dus lekker gul zijn.) Dan ga je het havermoutmeel er door doen. Eerst de helft en dan langzaam steeds meer. Tot je een dikke, klei achtige, substantie hebt. Je moet het kunnen kneden en vormen, maar het moet niet te droog zijn. Laat het even afkoelen, je zal merken dat het dan nog iets dikker wordt.

Nou, en dan ga je het dus kneden en vormen. Tot burgers, of balletjes, of gekke nugget vormpjes in een wanhopige er-moeten-toch-wat-groenten-in-dat-kind poging. De gemaakte kunstwerkjes doe je in de koekepan (even snel tussendoor afwassen). Kan zo in het vet, of met een krokant laagje er over heen (paneermeel of wat meer havermout).

Hoppa! Jij blij dat je van je groenterestjes af bent, de kinderen blij omdat ze burgers eten (probeer niet stiekem te gniffelen maar kijk gelaten alsof je hebt geaccepteerd dat ze nu eenmaal nooit iets gezonds eten) en de andere volwassenen aan tafel tevreden aan het smullen want dit zijn echt heeeeele lekkere burgers.

En dan de afwas maar…

2016-04-07-20.00.48.jpg.jpeg

 

 

 

 

Generaties in mij

_DSC0039

Als kind was ik een dromer. Met een jaar of 11 had mijn school leraar uitstekend door dat ik niet naast een raam kon zitten. Staarde ik zo de hele dag naar buiten. Ik had wilde plannen, verzon andere werelden bij elkaar en bedacht hoe ik deze kon verbeteren.

Van de andere kinderen snapte ik niet zo veel en dat kon nog wel eens een botsing opleveren. Gelukkig was ik gezegend met een warm gezin. Een plek waar ik werkelijk welkom was. Thuis luisterde mijn moeder naar mijn verhalen tot haar oren er (zo riep ze dan) bijna afvielen.

Als tiener viel mijn mooie wereld in elkaar. Ik kwam meer in aanraking met de schaduwkant van mensen en de daarop volgende desillusie heeft lang geduurd. Ik was wild, sterk en ongetemd. Ik zocht grenzen op en ging er soms overheen. Ik was vooral heel jong.

Een generatie of wat geleden was het vrij duidelijk wanneer die wilde fase over was. Ergens rond de 20 ging je werken, trouwen, kindjes maken. Dan was je Volwassen, met de grote V. Zo zag ik mijn ouders ook, als echt Volwassen. Die hadden het allemaal onder controle en wisten hoe het leven werkt.

In mijn generatie is die overgang naar volwassenheid niet zo duidelijk gedefinieerd. Kinderen krijgen gebeurt later, jong blijven is een ideaal op zich. Meisjes zijn tegenwoordig dertig jaar oud.

Ik had het idee dat het wel vanzelf zou komen. Dat die wilde kant rustig zou worden en een wijsheid zou achterlaten die door mijn huid heen zou schijnen. Toen dat maar niet gebeurde begon ik maar van buitenaf. Een man en kind, een huis. Dan lijkt het net echt en zal het gevoel wel volgen toch?

Het zag er inderdaad heel aardig uit, als je van buiten keek (wel een beetje met je ogen knijpen graag) maar in mijn hoofd bleef ik dat meisje van een jaar of zestien. Een flink geval van Imposter Syndrome was geboren.

Tja, en toen was ik negenentwintig..en gescheiden…en had ik nou niet echt een baan om trots op te zijn….ennee…..bijna dertig.

Dertig. Dan wordt je dus dertig. Zonder ook maar iets van prestaties om dat leed te verzachten. Nou ja, zo dacht ik toen he. En hoewel het allemaal ontzettend arbitrair is en leeftijd echt maar een nummer, wat dertig worden een van de meest bevrijdende gebeurtenissen uit mijn leven. Dat was namelijk het begin van de volgende fase. De fase waarin ik niet meer ging wachten. Dan was ik maar een onvolwassen volwassene. Dat meisje van zestien mocht in mijn hoofd leven tot ik tachtig was!

Een heerlijke bevrijding en een beeld wat ik nodig heb gehad om uit een slechte periode te komen. Maar nu…wat nu?

Het is allemaal nog niet zo lang geleden hoor. Ik ben nu vierendertig. Toch is er een hoop veranderd. Nog een kind, vooral. Lilly maakt mij nu driedubbel moeder. En dit keer komt er een verandering van binnenuit. Het meisje van zestien is klaar. Het is tijd om te groeien. Maar hoe doe je dat? Hoe wordt een meisje een vrouw?

Dat is de reis die ik nu maak. Eerlijk gezegd ben ik al een eindje hoor. Ik voel me echt geen zestien meer. Maar ook niet echt halverwege de dertig en de veertig. Ik voel me vooral onderweg. Dat is mooi, want dat is precies wat ik ben.

Mijn lichaam veranderd al lang. Ik vindt dat mooi om te zien. Het is bijna heiligschennis, maar ik ben zo blij met mijn lijf! Er hangt en beweegt vanalles, ik heb een paar rimpels en een hoop grijze haren. Mijn huid is zacht en mijn rondingen ook. Ik ben een moeder en moeders zijn mooi.

Ik denk dat dat een belangrijk deel van de reis is. Genieten van de verandering, nieuwsgierig zijn naar wat er komt, weten dat je onderweg bent.

Al gezellig weg schrijvend kom ik tot een mooi inzicht. Uiteindelijk gaat volwassen worden misschien wel over van jezelf houden zoals je bent. Mijn lichaam ben ik al trots op, mijn geest, mijn ziel, daar moet ik nog wat mee knuffelen. Ik heb wat knauwen gehad, dat laat zo wat deukjes achter. Zelfvertrouwen is een moeilijk begrip.

Excuseer. Ik ga even een date regelen, met mijzelf. Ik ben namelijk een heel leuk mens, ziet u, en dat verdient aandacht.