Onder water

12106963_1031244850253795_300988752265511528_n

Voordat ik de dolle moeder werd, ben ik zeven jaar lang zwemjuf geweest. En dat was heel erg leuk. Betaald worden om met kinderen in een zwembad te spelen is niet slecht.

Ja, natuurlijk is het meer dan dat. Je moet er ook echt werken. Maar het zou niet meer moeten  zijn. Zwemmen is spelenderwijs aan te leren, zonder dwang en met een hoop plezier. Dat weet ik omdat ik dat dus deed.

Ik ga vandaag even klokkenluider spelen. En dat vind ik best spannend. Er is namelijk nogal wat mis, in zwemlesland. Het word daar normaal gevonden om kinderen te mishandelen.

(eeennnnn…dit is het punt waarop mensen boos worden. Maar ik neem het niet terug. Wel ga ik het uitleggen)

Kijk. zwemles gaat zo. Eerst vertel je een kind vier jaar lang dat ze moeten oppassen in het water en niet met vreemden mee mogen. Dan neem je ze mee naar een zwembad, geef je ze aan een vreemde die vervolgens zegt dat je onder water moet. Vind jij het gek dat veel kinderen dat niet trekken?

Die kinderen zijn dus bang, die willen niet onderwater. Maar dat moet. Want er wordt per les betaald dus moet een beetje snel en angst is niet snel, angst is langzaam. En dat is het grote probleem.

Er worden wat spelletjes gedaan, er wordt een leuk verhaal verteld, er wordt misschien zelfs wat gezongen, maar uiteindelijk is de koek op. Van de tien kindertjes die begonnen zijn er nu nog zo’n drie bang en die hebben pech. Deze les gaan we onder water. In het diepe want dan hoeft de leraar niet zo te duwen.

Nu staat er dus een rijtje kleine kindjes te blauwbekken op de rand van het diepe, de zwemdocent staat in het water. Een voor een springen de kindjes er in en worden vakkundig zo opgevangen dat ze onder water gaan maar niet verzuipen. Dat leer je op de opleiding.

Natuurlijk zijn de drie bange kindjes als laatst. De juf of mees gaat nu overtuigen. Eerst lief, dat werkt bij een kindje. Dan streng, dat werkt bij de volgende. Proestend en met een traantje komen ze boven maar ze zijn gegaan. Blijft de derde over. Die wil echt niet. Echt, echt, echt niet. Niet lief, niet streng, gewoon helemaal niet. Die huilt. Dus klimt de volwassene er uit, pakt het kind er gooit het er in. Huppaaa!! Zo, dat klusje is geklaard. Het kind is onder water geweest.

……….dus…..

Ok. Ik geef het nu een snelle versie weer. De werkelijkheid bevat variaties. Maar weet je wat ze gemeen hebben? Dwang. Er ik vind dat een kind onder water dwingen niet ok is! Dat is verdorie mishandeling! Probeer het eens bij een volwassene en kijk hoe snel de politie erbij komt.

Maar het is voor een goed doel toch? Ze moeten leren zwemmen. Eigen bestwil en zo. Tough love.

Nee.

Zo ziet (ok zag) een zwemles er bij mij uit. Diezelfde tien kindjes komen binnen. Het eerste wat ze van mij te horen krijgen is dat er bij mij niets moet. Dat ik graag wil dat ze in het water of op de kant blijven. Zodat ik ze kan zien. Verder niets! That’s it! Geen geintje, als ze de hele les op de kant met de beentjes in het water willen zitten vind ik dat prima.

Zo voelt een kind controle. Zo voelt een kind veiligheid. En zo word ik vanzelf geen vreemde meer, maar iemand die te vertrouwen is.

Als ik dan vraag (nadruk op vraag) of dat kind misschien mee wil lopen, of een oefening mee willen doen, dat gaan ze dat vanzelf doen. Elke keer. Zonder uitzondering. Dat kan een paar minuten duren of een paar lessen, maar ze komen.

Het is niet, nooit, nodig om een kind te dwingen. Zelfs een kind wat al gedwongen is kan je met dit simpele trucje weer vertrouwen geven.

Toch gebeurt dwingen vaak, en overal waar ik ben geweest. Niet door elke zwemdocent, maar wel in elk zwembad. Waar de ouders vaak bijzitten.

Wanneer zijn we het normaal gaan vinden dat onze kinderen zo behandeld worden? Wanneer zijn we dwang gaan toestaan onder het mom van leren? Hoe komen we er bij dat je onder dwang überhaupt iets kan leren?

Misschien vind jij het klein, maar ik vind het groot. Een kind leert zo dat volwassenen niet te vertrouwen zijn, dat geweld en dwang bij liefde horen. Dat is echt niet ok. En misschien ben jij er ook groot mee geworden en ben je “prima terechtgekomen”, maar ik gun mijn kinderen meer dan prima.

Bevalt het?

birth

 

In de jaren 60 hebben we hard gevochten om baas te zijn in eigen buik. Recht op anticonceptie, recht op abortus. Vrouwenrecht! En terecht.

Weet je wat het is met onkruid? Net als je denkt dat je het onder controle hebt, blijkt er toch een zaadje te liggen en voor je het weet stap je je tuin in en staan je aardbeien vol distels.

Bevallen. Iets wat alleen gebeurt met mensen die geboren zijn met vrouwelijke geslachtsdelen. Voor het gemak praat ik nu over vrouwen, mij wel bewust dat daar ook uitzonderingen op bestaan.

Vrouwen bevallen dus, met hun buik, waar ze zogenaamd baas over zijn. Maar niet echt dus, want bazige vrouwen zijn eng. Die moeten onder controle, en dat kan vandaag de dag niet meer met wetten, dus doen we het maar met angst en taal. In je favoriete tv serie, uit de mond van de dokter, de buurvrouw en helaas soms ook de verloskundige komt angst. Angst en een heel giftig taalgebruik. “Ik moet in het ziekenhuis bevallen” “Ik moest een knip” Je moet verdorie niets! Elke andere zorgverlener geeft opties en overlegt, behalve als het om bevallen gaat. Dan ‘moet’ je ineens vanalles.

En nu staan we op het punt iets heel belangrijks te verliezen. De thuisbevalling. Want thuis voelen vrouwen zich sterk en dat kunnen we niet hebben. Dus verzinnen we dat het gevaarlijk is, dat thuisbevallen. Worden zwangere vrouwen heel professioneel het ziekenhuis in betuttelt. In 2014 beviel slechts 13.4% van de vrouwen thuis. Dat is echt heel weinig. Te weinig. Een thuisbevalling is belangrijk, dat is geen geneuzel in de marge, dat gaat over kracht, over een goed en veilig begin voor moeder en kind (jup! een thuisbevalling is veilig, dat is bewezen, wat niet bewezen is, maar in mijn optiek wel waar, is dat een ziekenhuis in 90% van de gevallen niet veilig is. Meer kans op onnodige ingrepen en veel, veel meer kans op psychologisch trauma).

Maar goed, uiteindelijk vind ik, en dat vind ik echt, dat een vrouw moet bevallen waar ze zich het meest veilig voelt. (Dat dat gevoel van veiligheid vaak gebaseerd is op onjuiste informatie is een andere kwestie). We staan op het punt die keuze te verliezen. Niet meer baas in eigen buik, baas over eigen bevalling, maar verplicht naar het ziekenhuis waar je je verplicht (niet wettelijk, oh nee, maar wel met druk, en chantage en desnoods geweld) aan de protocollen moet houden.

Er wordt hier, op een heel achterbakse manier, getornd aan vrouwenrechten, aan mensenrechten! En ik mis verdorie de publieke verontwaardiging! Waar zijn de grote feministen? Waar blijft de redactie van de Opzij? Waar zijn de boze massa’s?

Deze strijd wordt gevochten door gynaecologen die geld ruiken (jup, ik zeg het! Maar zij zijn de enigen die er mee opschieten als er meer bevallingen medisch worden) en verloskundigen, moeders en doula’s die uit alle macht proberen om een lawine tegen te houden. Maar dit gaat iedereen aan. Jou, mij en zeker, vooral, onze dochters.

Ik heb een dochter. En ik  ben bang. Bang voor haar. Bang voor haar toekomst. Wat voor keuzes gaat zij hebben? Hoe zal zij baren?

Maar ja, wat kan ik doen? Anders dan boos zijn? Anders dan schrijven en jullie boos maken? Ik weet het niet. Er is een petitie. Er is een stichting. Maar om dit tij te keren hebben we meer nodig. Veel meer.

 

Onzichtbaar

onzichtbaar.jpg

Sinds een paar maanden heb ik geen baan meer. Lang verhaal waarom, ik heb met heel veel plezier jarenlang zwemles gegeven aan heel veel kinderen. Het komt er op neer dat het aan alle kanten handiger is als ik thuis ben. Dus ben ik thuis, een thuisblijfmoeder. Ik zorg voor het grootste gedeelte van het huishouden en probeer drie kinderen een min of meer gelukkige jeugd te bezorgen.

En week na week, voel ik me steeds meer onzichtbaar.

Begrijp me niet verkeerd hoor. Ik sta achter mijn keuze. Er gebeuren heel veel goede dingen. Ik vind rust, kennis en zelfkennis, ontwikkeling en groei. Ik word meer mijzelf nu er minder aan me getrokken wordt. Maar ik word ook onzichtbaar.

Mijn Officier, mijn partner, is een lieve, goede man. Hij doet zijn best me te steunen, maar toch ben ik ook voor hem, onzichtbaar.

Om 6 uur s’ochtends stapt hij het huis uit. Naar zijn werk, net als heel veel anderen. Ze gaan ergens heen en doen iets. Ik heb een redelijk beeld wat dat is, maar ik heb er geen oordeel over. Ik weet niet hoe hij zijn werk doet die dag. Hij komt thuis, we praten en aan het einde van de maand komt er geld binnen, zijn beloning.

Zodra iemand bij mij binnenstapt is mijn werk zichtbaar. De vloer, de was, de keuken en vooral, de kinderen. Iedereen kan het zien, maar het grootste deel van de dag zie alleen ik het. Iedereen kan een oordeel hebben en ik hoop dat je snapt dat ik me juist in dat oordeel zo onzichtbaar voel.

Neem het huis. Het is elke dag opgeruimd, maar het is niet de hele dag netjes. Aan de vaat op het aanrecht kan je niet zien dat de keuken vandaag al drie keer schoon was. Aan het speelgoed op de vloer kan je niet zien hoe vaak ik het al in de la heb gelegd. Mijn werk is onzichtbaar.

Neem de kinderen. Aan hun ontlading op het einde van de dag zie je niet wat ze eerder zeiden, wat ze deden. De prachtige momenten voltrekken zich in stilte. Mijn werk is onzichtbaar.

En ik weet ook wel dat dit niet klopt. Als een vriendin dit tegen me zou vertellen zou ik precies weten wat ik moest zeggen. Je bent niet onzichtbaar, ik zie je.

En toch voel ik me soms zo.

Er zijn veel huizen, ieder huis een thuis. En niet in ieder huis, maar toch in veel, zit iemand zoals ik. Een vrouw en soms een man. Die, voor de buitenwereld onzichtbaar, werk doet. Werk wat niet ophoudt, waar je nooit klaar mee bent, waar je geen geld voor krijgt. Werk wat vaak niet eens werk genoemd wordt. Het is geen carrière, je krijgt geen status en weinig erkenning. Schuld, dat krijg je wel. Een schuld aan de maatschappij. Want de nieuwe leden daarvan opvoeden lijkt niet goed genoeg.

Och ik weet dat het meevalt. Ik ben gelukkig, echt waar. Alleen soms wat melancholiek. Wat ik vooral wil zeggen is dit: Ik zie je. Ik zie jouw werk, ik zie jouw kinderen, ik zie jouw prestatie. En ik, ik vind je geweldig.

Moederdag

milk1

Zondag is het moederdag. Gemiddeld niet-moeder Nederland staat dan vroeg op om voor gemiddeld moeder Nederland croissants te bakken. Met jus d’orange….en koffie.

Wij deden vroeger niet zoveel aan moederdag. Mijn moeders (jup! Ik had er twee. Leg ik nog wel eens uit.) vonden het nogal commercieel. Toen we klein waren maakten we wel eens koffie s’ochtends. Hele vieze koffie. Waar een van de moeders dan een heel dapper slokje van nam.

Tegenwoordig is er nog een moederdag ritueel. Dat je dan op social media een foto plaatst van de buit. Met leuke tagline er onder. “Gekregen van mijn schatjes! XXXXX #geluk  #goedemoeder #bevestiging”

…..yeah…niet mijn kopje vieze koffie….

Verder vind ik moederdag wel leuk. Ik hou wel van de knutsels en een beetje aandacht. En stiekem vind ik het ook leuk om iets te krijgen van mijn partner. Hardstikke hypocriet want ik stuur mijn eigen moeder alleen een appje (eehh, ja, enkelvoud nu. Nog maar een moeder over. Ook dat leg ik later uit). In mijn verdediging, ik vind vaderdag ook heel leuk en mijn Officier wordt dan grondig verwend.

Maar goed. Moederdag. De dag dat we moeders eren, ook de dolle variant. Maarrreeeee….wist je dat er moeders zijn die we vergeten? Dat er, in ons eigen koude kikkerlandje, moeders zijn die eindeloos lijden, die schreeuwen om hun gestolen kinderen, van wie alles, echt alles, afgenomen wordt?

Oh…sorrie…had ik je niet gewaarschuwd? Bij deze dan, dit is geen vrolijk stukje…verre van. Dit is een noodkreet voor de meest vergeten, meest gemartelde, meest bestolen moeders die er zijn..en het begint met melk.

Melk. De eerste levensbehoefte van een zoogdierbaby, hence the name. Melk definieert moederschap, het is door melk dat we liefde, zorg en leven geven. Het is door de melk van onze moeder dat we ons geliefd weten. En gek genoeg, het staat gewoon in de supermarkt. Moedermelk. Echte moedermelk. Nee! Niet daar! Weg bij de baby spullen, niet dat poeder spul. Ga even terug naar de koeling. Die blauwe pakken. Ja, dat! Met die blije koe er op. Dat is ook moedermelk. Niet van ons, niet voor ons. Van een koe, voor haar kalf. Gestolen door mensen die het niet nodig hebben.

Een koe is een zoogdier, net als wij.  Ze draagt haar kalf 9 maanden in haar buik, net als wij. En net als wij wil ze haar baby voeden met haar melk. Maar dat kan dus niet, anders kan de boer het niet verkopen aan de leverancier en wij het niet kopen in de supermarkt. Dus wordt het kalfje, dat pasgeboren, kleine, zachte, zoet ruikende kalf, weggehaald. Gestolen. En net als jij zou doen, net als ik zou doen, schreeuwt ze, dagen, weken, om haar kind.

En nee, het maakt niet uit waar je je melk koopt, welk label het heeft. Melk kan niet worden geproduceerd zonder een moeder en een gestolen kind. Jaar, na jaar, na jaar. Kind, na kind, na kind. Tot haar lichaam het opgeeft en ze, zo jong maar zo versleten, naar de slacht wordt gestuurd.

Lieve moeders, lieve vaders, lieve, lieve mensen. Zullen we dit jaar moederdag vieren voor alle moeders? Mag ik jullie vragen om voor een keer, een dag, je hart te openen? Een moederdag zonder zuivel. Croissants kunnen gewoon. Koffie kan gewoon.  Zelfs een boterham met (plantaardige ) kaas kan gewoon. Het is maar een kleine moeite, maar het maakt voor haar zo’n groot verschil