Open brief aan moeders die op internet teveel uitroeptekens gebruiken.

boos

Kokosolie!!!

Slaaptraining!!!!

Draagdoek!!!!!

Wasbare billendoekjes!!!!!!!!

 

Lieve moeders die graag uitroeptekens gebruiken.

Na het baren van kind en placenta wordt ook een mening geboren. En wat voor een. Nu jij moeder bent valt jou een flinke portie vooringenomenheid ten deel. Met baby vastgesnoerd op de buik worden internetfora en social media de plaatsen waar jij je wijsheid deelt.

Waar timidere vrouwen dan jij voorzichtig vragen of er nog tips zijn voor rode billen, ga jij meteen naar de kern van de zaak. Zinnen en argumentatie worden overgeslagen! Daar is hier geen tijd voor. Die billen zijn rood en jij weet wat er op moet!

Of dan de moeder die vertwijfeld is over het advies van haar sm (jaahaa, jij spreekt vloeiend de taal der mamma-afkortingen. Sm is voor jou geen slaapkamer activiteit. Dat is de SchoonMoeder. Distributeur van slecht advies en bemoeienissen). Jouw over gepunctueerde kreet maakt in een woord duidelijk wat je vind, en wat zij uiteraard ook moeten vinden..

Strijdend blader je het internet door. Als een ridder, nee, als een Paladijn, kreet je te hulp waar je dat nodig acht. Het uitroepteken als zwaard voor je uit gestuwd. Bronvermelding, uitleg, argumentatie. Pah! Daar ben jij voorbij. Je bent immers moeder. Jij weet waar je het over hebt.

In het zeldzame geval dat een andere moeder het waagt het met je oneens te zijn verklaar je de strijd. Elk!!! Woord!!! Gevolgd!! Door!!! Uitroeptekens!!!!111!!!11!!!!!!!! Jij hebt gelijk! Jij! Omdat, gewoon omdat!!!!!

Nadat de site moderator de discussie heeft gesloten verklaar je de overwinning. Gloeiend in je gelijk zet je een kopje thee, dat heb je wel verdient. Witte thee uiteraard. Met lotusbloesem uit het diepe Andes gebergte. Want…….Cafeïne!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

Advertisements

Eerlijk zullen we alles delen.

melon klein

Stel, je zit aan tafel. Een grote tafel, met veel mensen er aan maar meer dan genoeg eten er op. Wat zou je er dan van vinden als een deel van de groep veruit het meeste eten pakt?

Maakt het dan uit als het familie is, aan tafel? Of onbekenden, is het dan ok? Stel je nu eens voor dat je de andere mensen niet kan zien, maakt dat het ok? Dat er tien broden liggen en je weet dat er tien mensen zijn. Hoeveel broden zou je dan pakken?

Gekke vergelijking natuurlijk. Dat doen we immers niet. Sterker nog, hoe vaak gebeurt het dat je de laatste portie niet opschept terwijl je dat eigenlijk graag wilt? Ken je dat? En dat je dan die dans moet doen van “Nee, neem jij het maar, ik zit vol.” “nee joh, jij mag het.” en dat je het dan uiteindelijk maar door de helft snijdt?

Zo beleefd zijn we. Zo belangrijk vinden we het om eerlijk te delen aan tafel………

…of niet….

Ongeveer 795 miljoen mensen lijden honger over de hele wereld. Dat is ongeveer 1 op elke 9 mensen. Ja, niet hier….die mensen zijn ver weg. In Azië en Afrika. Maar wij hebben er wel wat mee te maken.

Wat zou je zeggen als ik je vertel dat er meer dan genoeg eten is op aarde voor iedereen? De tafel is vol, het is een kwestie van goed verdelen. En daar gaat het fout. Er is een groep die teveel neemt.

Niet Amerikanen nee. Ook niet Europeanen. Niet de westerse wereld.

Carnisten. Mensen die het vlees en de uitscheidingen van andere dieren eten.

Het kost ongeveer 16 kilo graan om 1 kilo vlees te maken. Van dat graan kunnen 20 mensen een maaltijd maken, van dat vlees maar 2. Vlees is ontzettend inefficiënt. Melk ook overigens.

Het land wat we gebruiken om veevoer te verbouwen kan veel beter gebruikt worden om mensvoer te verbouwen.

Het is niet ‘de politiek’ die er wat aan moet doen. Niet de ander, de winkel, de buurman.

Jij.

Jij kan iets doen. Stop. Alsjeblieft hou op. Pak voortaan niet meer dan jouw deel. Zie de wereld als een tafel en deel eerlijk.

Plantaardig voedsel is gezond, geschikt voor iedereen, lekker en vrij verkrijgbaar. Het kost je niets behalve een klein beetje moeite. Je moet tijdelijk wat meer opletten met boodschappen doen, misschien een paar nieuwe recepten leren. Dat is het eigenlijk wel. Er is hulp, steun, oneindig veel tips. Mensen die je met open armen verwelkomen.

Er is geen enkele goede reden om door te gaan met het eten van spieren, ingewanden, borstvoeding van een ander dier, ongesteldheid en kots. (leuk spel! Match de woorden met de eufemismen. Melk, vlees, vlees, honing en ei)

Er zijn heel, heel veel goede redenen om ermee te stoppen. Vandaag vraag ik het je omdat het niet jouw eten is. Het is van een ander. Iemand die, ergens ver weg, met honger naar bed is gegaan en met honger op zal staan.

Eet smakelijk.

Rapport!


Het gebeurt nu overal om me heen. Kinderen hebben hun rapport van school meegekregen en trotse ouders delen dat via het internet met elkaar.

Leuk toch? Zien dat je neefje een 8 voor wiskunde had, of de dochter van je vriendin een ruim voldoende voor spelling. Doet het ook goed bij oma, die geeft er nog wel eens een centje voor (nou ja, centje, tegenwoordig gaan daar harde euro’s tegenaan).

Mijn jongens hebben de map ook weer meegekregen. De laatste keer van deze school want na de vakantie beginnen ze ergens anders. (En blij dat ik daarmee ben, maar goed, dat is een ander verhaal).

Ik heb hun rapport nog nooit gedeeld, eigenlijk voornamelijk omdat ik geen tabak kan maken van dat kloteding. Er staan woorden zoals “ruim voldoende”, en staan letters van A tot E, er staan romijnse cijfers, meestal in combinatie met de letters, maar niet altijd, en er zijn wat grafiekjes waar ik al helemaal niets van kan maken (nou ja, papier mache moet nog wel lukken denk ik). Het zal allemaal wel. Het interesseert me eigenlijk ook niet zo.

Ja echt, ik vind het niet zo boeiend hoe mijn kinderen ‘het doen’ op school. Ze leren, ik merk duidelijk dat ze vaardigheden opdoen. Exact op welk nivo en hoe snel, is dat nu echt heel noemenswaardig?

Weet je wat mij dan zo opvalt. Dat diezelfde ouders, of alle andere volwassenen in mijn telefoon, nou nooit hun eigen ‘rapport’ delen. Ik zie nooit een functioneringsverslag voorbij komen, of een evaluatie. Ik heb ook zelf nooit enige neiging gehad om die van mij te delen. (En even een zij puntje. Wie hier is er ook zo ontzettend klaar met “En, hoe vind jij dat het gaat?” Wat een ontzettende, voorspelbare, klotevraag.)

Ik snap ook prima waarom je die niet deelt. Een dergelijk oordeel is erg prive. Er zijn best uitzonderingen hoor, maar de meeste mensen vinden het niet leuk om zo te kijk te staan.

Tja, en dan nu de vraag…..als wij het niet leuk vinden, vinden onze kinderen dat dan wel?

Dat hele krijgen van een rapport lijkt me dus al naar. Als kind kon ik er niets mee. Mijn school had een kartonnen, uitvouwbare kaart met handgetekende grafieken. Mooi hoor, maar ja, niet alle grafieken waren goed en dat ging mijn moeder dan zitten bespreken met mijn leerkracht. Heel lief hoor, maar wel over mijn hoofd.

Ik ben zelf nog nooit een evaluatiegesprek ingegaan met een huppeltje, ook niet als ik zeker wist dat het goed zou zijn. Iemand hier die het leuk vindt? Die er naar uitkijkt?

Even een gewetensvraag he, en echt een vraag want ik heb geen idee. Als je dit nou leest nadat je het rapport van je kind gedeelt hebt, had je het van te voren gevraagd aan dat kind? En hoe zou het zijn als je werkgever jouw verslag deelt? Met toestemming? Zonder?

Anyhow. Mijn punt is wel duidelijk denk ik. Het is eigenlijk gewoon raar, dat delen van prestaties. Het zegt iets tegen je kind en ik weet niet of dat nou wel zo leuk is, ook al doe je het omdat je trots bent op alle resultaten.

Vind ik nou dat je een slechte ouder bent als je het wel doet? Nou….nee. Even heel eerlijk, als ik nou een mooi, begrijpelijk, rapport had gekregen van school, misschien had ik het dan ook wel eens gedaan. Zonder er al te veel bij na te denken.

Uiteindelijk is dat het enige wat ik nu zou willen bewerkstelligen. Als nu over een tijdje weer zo’n te groot rapport in een te kleine schooltas vind, denk er dan eventjes over na. Praat even met je kind. En deel het misschien niet.

Waarom ik mijn dreumes laat traplopen

trap1

Dit is mijn dreumes. Mijn wild, heerlijk, grappig, ongetemd kind.

Het witte bij haar hand is verband. Een paar dagen geleden is haar duim kei- en keihard tussen de deur gekomen. Ik ben niet vaak onder de indruk maar dit keer heb ik haar opgepakt en ben zo snel mogelijk naar het ziekenhuis gereden.

Vrijwel elke ouder kent dat misselijkmakende gevoel van je kind wat pijn heeft. Ergens in je onderbuik houdt het het midden tussen pijn en kots. Een mooi trucje van de natuur waardoor we onze kinderen beschermen. En dat doen we.. veel te goed.

Als geen ander weet ik vandaag weer dat ik mijn kind niet tegen alles kan beschermen. Ik weet dat er af en toe ongelukken gebeuren en ik weet dat er dingen mis kunnen gaan.

Toch laat ik haar traplopen. En klimmen, en op blote voeten buiten lopen, en wild met haar grote broers spelen. Daar heeft ze namelijk recht op vind ik.

Ja, ze kan vallen. Ja, ze kan zich pijn doen. Ja, ik weet zelfs dat het echt verkeerd kan aflopen. En toch vind ik dat ze er recht op heeft.

Weet je dat sommige dierenartsen aanbevelen om katten binnen te houden? Hun levensverwachting stijgt daardoor enorm. Geloof ik best, de wereld is gevaarlijk voor een kat. Voor een mens ook wel. Ik denk dat mijn levensverwachting ook stijgt als ik niet verder ga dan mijn tuin. Maar wat voor leven is dat?

Als ik mijn wilde dochter probeer te beschermen tegen alles, weet ik zeker dat ik haar beschadig. Bij elke “niet doen” en elke “pas op” vertel ik haar dat ze zwak is, dat ze het niet kan, dat ik niet in haar geloof. En uiteindelijk gelooft ze dat.

Dus vertrouw ik haar. Ook op de hoge, steile trap.

En nee, dat is niet grenzenloos. Ik laat haar niet de weg op rennen. Er staat een hekje boven aan de trap en voor de stopcontacten zit een plug. Oh ja, en die ellendige deur, daar gaan strips op.

Door mijn vertrouwen blijft ze sterk, blijft ze in zichzelf geloven. Uiteindelijk geeft dat veel meer veiligheid dan mijn bemoeienissen. Nu al merk ik dat ze ontzettend capabel is en ook heel goed zelf risico’s kan inschatten. Zo gaat ze die trap wel op, maar nog niet af. Dat oefent ze op stoelen en op de tripp trapp.

Bij ons in huis hebben we een gezegde: “Van vallen leer je fietsen.” Geboren, overduidelijk, toen de jongens leerde fietsen en wel eens van die ondingen af vielen. Ondertussen gebruiken we het voor vanalles. Zonder vallen leer je niet.

Dus pleit ik voor blauwe plekken, en bulten, en schaafwonden. Voor klimmen en rennen en vallen en opstaan. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat kinderen dat nodig hebben om groot te worden, om sterk te worden.

Die duim geneest heel aardig. Er was gelukkig niets gebroken en de zuster heeft het heel mooi ingepakt. In de drie dagen sinds het gebeurt is heeft ze geleerd om zelf op de tafel te klimmen en zelf het tuinhekje open te maken. Met een ingepakte hand.

Soms vraag ik me af wie van ons twee nu groot is en wie klein.