Zoete kinderen

_dsc0003

Dat je je kind komt ophalen en te horen krijgt dat ie toch zoooooo zoet was. Ken je dat? Dat je dan naar je kleine monstertje kijkt en je afvraagt of het echt wel over jouw kind gaat.

Dan heeft jouw kind gewenst gedrag vertoond, en dat is heel normaal.

Soms gebeurt het al eerder. Dan heeft jouw kleine nachtbraker bij oma ineens wel een hele nacht zoet geslapen, of ging mevrouwtje ‘drie liedjes, half uur borst en alleen met mamma er naast’ bij de opvang wel zo liggen. Dat is ook gewenst gedrag en heel normaal. Maar zo voelt dat soms niet.

Je zal de eerste moeder niet zijn die zich vertwijfeld afvraagt of ze überhaupt wel geschikt is om een mens op te voeden, als die stomme leidster van 19 jaar het zo makkelijk even doet. Of te horen krijgen dat je je kind verwent met al die aandacht, dat je gemanipuleerd wordt, aangezien de uk het wel bij oma kon.

Allemaal gewenst gedrag. Allemaal heel normaal. Gezond zelfs. (Dat wil zeggen, het gedrag van het kind is normaal. Mensen die beweren dat kleine kinderen manipuleren vind ik dan weer niet zo normaal)

Weet je dat jij het ook doet? Gewenst gedrag vertonen. Echt waar, jij en je partner en de buurvrouw en iedereen.

Denk maar eens terug aan dat feestje waar je geen zin in had. Toen je van te voren stik chagerijnig was, zat te stomen in de auto maar eenmaal daar toch je best deed en het zowaar nog wel ok was. Of die keer dat je knallende hoofdpijn had maar een belangrijke dag op werk. Niemand die het aan je zag. Of als je gewoon niet zo lekker in je vel zit en geen zin hebt om dat te laten merken aan de vrienden waar je bij op bezoek bent. Allemaal normaal, iedereen doet dat.

Je hebt een thuis-jij en een buiten-jij. Thuis-jij is echter, rauwer, ongefilterd. Buiten-jij is ook echt jij, maar dan wel een aangepaste versie, met een mooi laagje er over.

Jouw kind heeft dat ook. Bij jou voelt ze zich echt veilig, van alle zekerheden in de wereld staat helemaal bovenaan dat mamma altijd van haar houdt. Dus bij jou komt het thuis-kind naar boven.

Bij oma, oppas of vriendjes speelt het buiten-kind. Een beetje aangepast. En natuurlijk komen de ‘moeilijke’emoties echt wel naar boven als de nood hoog genoeg is (weet je nog die keer dat je in de supermarkt hebt staan huilen?).

Lang geleden was ik die leidster op het kinderdagverblijf. Soms als ouders hun kind op kwamen halen, wou dat kind helemaal niet mee. “Nee! Nog even spelen! Je moet weg mamma!”

Mamma met grote ogen, beetje bleek. Wat betekent dat?

Meestal nam ik die ouder even apart, gingen we even praten over hechting en dat alleen een veilig gehecht kind een ouder kan afwijzen. Sloeg de schaamte zomaar om in trots.

Dat je kind thuis ‘moeilijk’ doet is hetzelfde mechanisme waardoor jouw partner soms de volle laag krijgt van jouw stress. We zijn daar veilig.

Het enige probleem is, en ik voel me een beetje een gebroken plaat hier, de buitenwereld. Er is echt niets mis met een kind wat thuis kan ontladen. Er is een hoop mis met een maatschappij die verwacht dat kinderen altijd aan de absurd hoge verwachtingen voldoen die gesteld worden. Dat kan me niet snel genoeg ophouden.

Advertisements

Geheelontslaping

geheelontslaping

In Amerika is abstinence only seksuele voorlichting heel normaal. Kort beschreven wordt tieners dan verteld dat ze geen seks mogen hebben voor het huwelijk….en verder niets…   Uiteraard werkt dat niet. Seks gebeurt toch, alleen is er nu geen kennis van en toegang tot voorbehoedsmiddelen. Resultaat is een flinke groep tiener moeders en een heule hoop SOA’s.

In Nederland doen wij ook zoiets. Ja, niet met seks, daar doen we normaal over…nou ja….normaler dan in de VS dan. Hier doen we raar over baby’s en waar ze slapen. Net als het genie wat ooit seks aan zwangerschappen en SOA’s verbond, heeft een andere slimmerik bed sharing (je baby bij je in bed nemen) aan wiegendood verbonden. (Opmerkelijk verschil is wel dat als je echt, echt geen seks hebt, je ook echt niet zwanger wordt, maar dat er toch ook kindjes in een wiegje sterven, maar goed.)

In beide gevallen werd de baby, zo hup!, met het badwater het raam uit gesmeten. Geen seks en niet samen slapen, dan komt het wel goed met de wereld.

Seks kan ook veilig. Dat weten wij in ons koude kikkerlandje best. Met condooms, pillen en nuva ringen kunnen tieners heerlijk op ontdekkingstocht. We genieten hier dan ook van een erg laag cijfer voor ongewenste zwangerschappen en SOA’s.

Bed sharing kan ook veilig. Mits goed gedaan is het zelfs veiliger dan een wiegje op een eigen kamer. Maar er is nog een overeenkomst. Bed sharing is onvermijdelijk. Elke ouder valt wel eens samen met een baby in slaap. S’nachts op bed, of overdag op de bank. Het gebeurt. We zijn nu eenmaal moe, kleine kinderen snappen nog niets van nachtrust en al helemaal niets van vroege wekkers. Het gebeurt.

Daarmee kan je dus stellen dat onze geheelonthoudende voorlichting wat betreft de slaapplek van een baby niet werkt. Maar tegelijkertijd hebben veel ouders geen toegang tot kennis over en hulpmiddelen voor veilig samen slapen. Dat is een dodelijke combinatie.

Ik ben er van overtuigd dat, hoe goedbedoeld ook, campagnes die ouders vertellen dat een kind nooit bij hun in bed mag wiegendood juist in de hand werken.

De cijfers die worden gegeven kloppen ook niet. Als een kind bij wiegendood in het ouderlijk bed is gevonden, wordt de schuld meteen bij het bed sharing gelegd. Er wordt niet gekeken naar andere oorzaken en naar het gedrag van de ouders. Bot gezegd; als een moeder stomdronken in bed kruipt en op haar baby gaat liggen, krijgt het samen slapen de schuld en niet de alcohol. En dat vind ik dus een hele gevaarlijke situatie. Zo worden verkeerde conclusies getrokken die leiden tot verkeerd advies.

Hier wordt dat wat uitgebreider uitgelegd.

Het wordt hoog tijd voor nieuwe voorlichting. De overheid, de verloskundige, de kraamzorg en het consultatieburo moeten ouders vertellen hoe het wèl kan. Hoe ze hun kindje in elke situatie veilig houden. Dan kan in elk gezin een echte, weloverwogen keuze gemaakt worden.

Mocht je meer willen weten over samen slapen, kijk dan eens rond bij Dr James McKenna (dat is die vent van dat filmpje net.) Hulp, steun en informatie in het Nederlands is te vinden op de Facebook groep Veilig Samen Slapen.

En ben je iemand of ken je iemand die beleid maakt bij Sire, het consultatieburo of welk orgaan van de overheid zich dan ook bemoeit met onze opvoeding, geef mijn naam door wil je? Ik zou graag eens komen praten. Heel vriendelijk, met thee en wetenschappelijk onderzoek.

 

Lachen

lachen

“Ik lach je niet uit, ik lag je toe.”

Echt…echt…als je mij als kind kwaad wou maken dan kon dat met die zin. Vooral omdat die altijd kwam nadat ik me behoorlijk uitgelachen voelde.

Vandaag de dag kan ik er nog steeds niet tegen. Van hetzelfde nivo als “je hebt geen honger, je hebt trek. Kindjes in Afrika hebben honger.” Bah!

Tijdens het typen zie ik weer de genoegzame gezichten van vervelende volwassenen boven me hangen. Die je dan wel eens even vertellen wat jouw wereldbeeld zou moeten zijn en hoe jij je behoort te voelen. Uhg!

Thuis ben ik als kind altijd bloedserieus genomen. Beide moeders luisterden echt naar me, namen mijn advies aan en praatte normaal met me. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor en het is iets wat ik met mijn eigen kinderen ook doe. Nadeel is dat het contrast met de buitenwereld erdoor zo groot wordt. Ik wist echt precies wanneer ik niet serieus genomen werd en ik had er een grove hekel aan.

Neem nou die eerste zin. “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.” Zullen we die even ontleden?

De eerste boodschap is dat het kind dus niet in staat is uitlachen van toelachen te onderscheiden. Terwijl kinderen van nature meesters zijn in het onderscheiden van emoties. Overigens, en dit heeft me altijd dwars gezeten, wat is toelachen precies? De Van Dale zegt dat het iemand lachend aankijken is. Ik stel me daar dus een milde, vriendelijke glimlach bij voor. Niet echt iets waar een kind over klaagt. Zeker niet snel te verwarren met uitlachen.

De tweede boodschap is zo mogelijk nog erger. Het is het compleet wegvagen van het gevoel van het kind. Stel nou he, stel nou dat Marietje het echt verkeerd had gezien. Dat je moest niezen en dat dat er door een rare genetische afwijking precies uitzag als lachen. Dan zou je alsnog gewoon sorry kunnen zeggen. Niet dat je iets fout deed, maar om haar gevoel te erkennen. “Het spijt me dat ik je dat gevoel gaf, ik bedoelde het niet zo.”

En daar komen we bij de kern van de zaak. Volwassenen kunnen geen sorry zeggen tegen kinderen. Doordat ze hun fouten niet kunnen toegeven marcheren ze lomp over de gevoelens van hun kleine medemens heen. En dat is niet juist, daar ben ik het (is er nog iemand verrast?) niet mee eens.

Kinderen zijn belangrijk, heel belangrijk. Dat snappen we eigenlijk allemaal wel. Zelfs de kinderloze zuurpruim drie huizen verderop beseft dat er een probleem is met het pensioen als er geen volgende generatie komt.

Maar waarom behandelen we kinderen dan alsof ze er niet toe doen?

Primitieve stammen doen dat over het algemeen niet. Kinderen worden daar voor vol aangezien en dat uit zich in ieders geluk. Je mag aannemen dat wij dat ooit ook zo deden. Ergens tijdens de agrarische periode en daarna, tijdens de industriële revolutie, zijn we de weg kwijt geraakt.

We zien kinderen als minder, leren ze af om zelfstandig te zijn en zijn vervolgens boos dat we zoveel voor ze moeten doen. Diezelfde kinderen groeien op tot beschadigde volwassenen en vind je het gek dat we nu met een samenleving zitten waar het ieder voor zich is en we lachen om elkaars pijn. En wat zeggen we dan? “Ik lach je niet uit, ik lach je toe.”

Ik ben er eerlijk gezegd een beetje klaar mee. De oplossing is zo simpel als het moeilijk is. Simpel om naar je kind te kijken en te zien dat daar een persoon staat. Een volwaardig mens met volwaardige gevoelens en een volwaardige mening. Iemand om rekening mee te houden. Moeilijk omdat je weerstand moet bieden tegen een samenleving die je voor gek verklaard. Familie, vrienden, buren, docenten en vergeet het consultatie buro niet. Allemaal volwassenen die het trauma uit hun jeugd proberen te herhalen om zo hun pijn te normaliseren.

 

Kuikentje

kuikentje

Kinderen houden van kuikentjes. Wat zeg ik, iedereen houdt van kuikentjes. Van die lieve, gele, pluisballen. En dat ze dan zo zoet piepen. Of heb je wel eens zo’n kleintje uit een ei zien komen? Zo helemaal nat nog, en dat ie dan uitgeput is en dicht tegen zijn mama aan gaat uitrusten? Zooooo lief!

Kippen zijn ook lief. En koeien, schapen, varkentjes, allemaal hartstikke lief. Zeker in de ogen van een kind.

Hoeveel kinderboerderijen zitten er bij jou in de buurt? In mijn stad zijn er een paar, maar ik woon vlak bij een hele leuke. Kwam ik als kind zelf ook. Bokjes kijken, lammetjes aaien. Zo leuk!

Tegenwoordig vind ik het maar luguber, zo’n kinderboerderij. (Jup, daar ga ik weer. Niets is veilig! Mwahahaha! Laat mij maar even los op die jeugdherinneringen)

Het is niet zozeer de plek zelf hoor. (Niet dat kinderboerderijen diervriendelijk zijn hoor, maar daar gaan we nu niet op in), waar ik het nu over heb zijn de kinderen die er komen. Daar zit echt iets heel donkers aan.

Neem Marietje hier. Marietje heeft een groen jasje, staartjes in en van die rode Jip-en-Janneke laarsjes aan. Ze is een jaar of 3 en houdt haar vader stevig bij de hand. Ze staan in de knuffelweide. 

Ons Marietje is heel dapper en durft de diertjes al te aaien. Papa leert haar hoe ze heten. Koetje en kalfje, schaapje en geitje en ook nog wat lammetjes. Die springen zo leuk. 

Bij de voederbak lopen wat kipjes rond en straks gaan ze binnen bij de kuikentjes kijken. Daar verheugt ze zich op.

Marietje heeft voor ze weggingen een eitje gegeten en een boterham met worst. Vanavond als ze terug zijn mag ze een lamskoteletje. Die zijn zo lekker! En dan als toetje ijs.

Snap je hem? Savvie? Heb je het door? Dat is toch raar?! Die kinderen zijn ook niet achterlijk. Sta je net uit te leggen waar die kuikentjes vandaan komen, gooi je even later een ei op tafel. Lief lammetje aaien, maar vanavond op je bord. Die boodschap rammelt aan alle kanten!

Sterker nog, die boodschap doet schade. We kunnen niet van een kind verwachten dat ze aan de ene kant helemaal wollig worden van een kalfje, om daarna een koe op brood te eten. Dat klopt niet, dat kan niet, dat is geestversplinterend fout.

En splinteren doet die geest dus. Cognitieve dissonantie heet dat.

“In de psychotherapie en psychiatrie wordt ook gesproken van cognitieve dissonantie. Bijvoorbeeld als iemand een langdurig traumatische ervaring heeft moeten ondergaan die volkomen strijdig is met wat algemeen gedacht wordt over wat moreel aanvaardbaar is. Dit kan bij het slachtoffer leiden tot verandering van die algemeen geldende opvatting. Het slachtoffer gaat zonder dat hij (of zij) daar erg in heeft positiever denken over de motieven van de dader aan wie hij of zij onderworpen is.”

Het is, bij de meest kinderen, een van de eerste echte trauma’s die we meemaken. Aan tafel doen papa en mama zo normaal over het eten. Het kind heeft het ook al vaker gegeten maar heeft net pas gehoord wat het is. “Lekker kippetje vandaag schat.”

Dat kan niet. Papa en mama kunnen niet mensen zijn die lieve kippetjes doodmaken en eten. Het kind kan zichzelf ook niet zo zien. Maar tegen de normen van de ouders ingaan kan ook niet. Er ontstaat een innerlijk conflict wat, vrijwel altijd geheel geruisloos, opgelost wordt door een breuk.

We zien het kipje van de boerderij niet meer al hetzelfde kipje wat op het bord ligt. De twee worden gescheiden en zo kan het kind verder.

Dat levert volwassenen op die hele rare waarden hebben. Kijk eens naar dit filmpje. Mensen in de supermarkt willen maar al te graag worst bestellen, tot ze worden geconfronteerd met een biggetje. Dan komen ze in heftige opstand.

Kijk eens naar deze kinderboeken over boerderijen. Zo ziet een boerderij er niet uit. Zo wel (waarschuwing!! Heftige beelden) Maar dat laten we niet aan onze kinderen zien. Geheel terecht, overigens, maar waarom voeren we het resultaat ervan wel aan onze kinderen?

Waarom weten we dat dit, en dit traumatiserend is voor kinderen, maar denken we dat het eten van spek en kaas dat niet is?

Enne, als je het zelf niet kon om die filmpjes te kijken, maar nog geen veganist bent, dan zit de dissonantie bij jou ook flink diep. Zou je zo dapper willen zijn om eens echt te voelen? Om je ogen dicht te doen en even, in een stil moment, te voelen wat het met je doet? Want ik geloof in jou, en ik geloof dat je een goed mens bent. Maar goede mensen doen dat toch niet?

 

 

 

Tufteren

2016-09-02-20.38.31.jpg.jpg
Ik en mijn moeder, zeer elegant aan het pauzeren in de Zwitserse bergen.

Ik zal een jaar of 8 geweest zijn. In die tijd gingen we elk jaar op vakantie naar Zwitserland, om daar prachtige bergtochten te maken. Een aantal van mijn favoriete en vormende jeugdherinneringen vinden plaatst tijdens dat soort tochten.

Dit keer hadden mijn ouders een wandeling op het oog naar het kleine dorpje Tufteren. Daar zouden we dan wat rusten om met de Gondeli terug te gaan. Op de kaart leek het goed te doen.

Bleek even anders. Het hoogteverschil was enorm! Urenlang liepen we een steile berg op, zonder bewoning tegen te komen. Hoe hoger we kwamen, hoe slechter het weer werd. Ik zie nog heel helder voor me hoe we onder een boom even stopten zodat mijn moeders mij en mijn zusje hun regenjassen aan konden doen. Vier vrouwen, in eenzaamheid tegen de berg en de elementen.

Omdat jonge kinderen vooral op motivatie lopen, werden Zusje en ik de berg op gepraat. Tufteren werd het beloofde land. Daar wachtte warme chocomelk, gebak, warmte en al wat we maar konden wensen.

In mijn herinnering liep ik redelijk stoïcijns door en klaagde ik niet. Of dat klopt moet je aan mijn moeder vragen, maar ik behoud me het beeld van het dappere kleine meisje. Ik geloof dat ik er, ondanks de ellende en de kou, het avontuur er wel van inzag.

Maar goed, uiteindelijk, na een lange tocht…..

..bleek Tufteren letterlijk 2 huizen, een schuur en een kerk..meer niet.

Ken je die vermoeidheid en verbijstering die omslaat in lachen? Dat je van verslagenheid de humor inziet? Zo waren we. Of nochtans, zo herinner ik het me.

Mijn ouders, inziend dat we wel echt meer nodig hadden dan een schuur kon bieden, liepen kordaat op de kerk af en vroegen om hulp. Daar werden we binnen gelaten en kregen we thee en ovomaltine. Onze natte spullen mochten over de verwarming en langzaam maar zeker kwamen we wat bij.

Uiteindelijk is mijn ene moeder met mij en Zusje naar de Gondeli gegaan en is mijn andere moeder, geheel uit eigen beweging, terug gaan lopen. Schijnbaar was er nog een steiler pad om te proberen. Friese koppigheid.

Sindsdien is Tufteren een legende in mijn ouderlijk gezin. Elke andere tocht werd er aan afgemeten, elk jaar werd het verhaal opnieuw verteld (en werden de ontberingen iets dieper uitgemeten). Tufteren is deel van onze historie, onze legendes.

(Overigens heb ik net op Google Maps het dorpje opgezocht en in de jaren is het nogal gegroeid. Om de een of andere reden voelt dat niet eerlijk. Hoe durft de ontwikkeling mijn jeugdherinneringen uit te wissen.)

Ieder gezin heeft deze legendes. Onze gedeelde ervaringen, onze avonturen, zijn verweven in de band die ons bij elkaar houdt.

Mijn ouderlijk gezin is uit elkaar gevallen zoals dat bij vrijwel alle gezinnen gaat. We houden zielsveel van elkaar maar we wonen niet meer in hetzelfde huis, soms niet eens meer in hetzelfde land. We zijn gescheiden door afstand, werk, de volgende generatie en helaas ook door de dood. Maar onze gezamenlijke geschiedenis is een draad die ons verbindt.

Als we weer bij elkaar zijn hoeft er maar iemand te vragen “weet je het nog, Tufteren?” en we zijn er weer. Vier vrouwen op een berg, tegen de elementen, niet stuk te krijgen.