De juf woont op school.

_dsc0091

Kleine kinderen denken altijd dat de juf (of meester) op school woont. Ik ben een juf geweest en het is ontzettend vreemd voor een kind van een jaar of vier om je dan in de supermarkt tegen te komen. Ze kunnen je niet plaatsen. De juf hoort op school, of in het zwembad (ik was badjuf.)

Bovenstaande heeft niets te maken met waar ik over wil schrijven, maar in mijn vreemde hoofd hoort het bij elkaar. Misschien vinden we nog een verband.

Waar ik dan wel weer over wil praten is de obsessie die we hebben met lesgeven. Het idee dat een kind niets leert tenzij we ze daartoe dwingen. Op een school, door een juf, of een meester.

Terwijl datzelfde kind de eerste vier jaar overvloedig bewijs heeft gegeven zelfstandig te kunnen leren. Draaien, kruipen, lopen, rennen, klimmen, springen, minstens één taal en een groot assortiment feiten over de wereld worden zonder lessen, boeken, lokalen of rapporten eigen gemaakt. Zijn lezen, schrijven en wiskunde zulke andere vaardigheden?

Meer en meer denk ik dus van niet. Na een kind bijna zien breken door het schoolsysteem ben ik me eens goed gaan inlezen. Hoe is het ontstaan? Waarom? En heeft het nog wel bestaansrecht?

Een paar goede boeken en heel, heel veel artikelen later is mijn antwoord nee. Nee, ons huidige schoolsysteem heeft geen bestaansrecht meer. Het is een zichzelf in stand houdende instantie die zijn doel volledig voorbij streeft.

Zie het zo. Je bent juf, of meester. Je staat daar voor een klas en daar wordt je voor betaald. Uiteraard vind je dat je dus ook iets moet doen voor je geld. Dus doe je dat. Opdrachten en leerstof en oh zo leuke leerzame spelletjes worden bedacht. Dat moet natuurlijk wel bijgehouden dus men verzint testen, rapporten en voortgangsgesprekken.

Als dan blijkt dat met al die moeite de resultaten niet naar wens zijn doe je meer. Meer opdrachten, meer leerstof, langer in de kring. Duwen en trekken en praten en schrijven. Meer en meer en meer en meer. Een ellendige draaimolen waar je niet van af kan stappen.

Maar wat als je dat nu toch deed, dat afstappen? Wat als je zou vertrouwen. Gewoon vertrouwen dat een kind, een mens, leren kan. Dat we niets meer nodig hebben dan een rijke omgeving. Boeken, papier, bouwmateriaal, inspiratie. Wat zou er gebeuren als we geloven dat elk kind, op een geheel eigen en unieke manier, vanzelf leert lezen, schrijven, optellen, delen?

Tja. Wat moet je dan als juf. Waarom ben je dan nog meester? Hoe moet je je bestaansrecht dan verklaren en wat moet je met al die leuke leerbladen?

Uiteraard is dit allemaal al eens uitgeprobeerd. Wat blijkt? Kinderen leren heel prima zelf.

Er zijn, verspreid over de wereld, een aantal scholen waar er geen les wordt gegeven, maar wel wordt geleerd. Er zijn, ook verspreid over de wereld, gezinnen waar aan Unschooling gedaan wordt. Deze kinderen gaan niet naar school maar leren op een natuurlijke manier binnen het gezin. En wat blijkt? Kinderen uit beide categorieën komen prima terecht. Ze leren vanzelf en worden prima volwassen leden van onze maatschappij. Vaak erg zelfstandig, niet heel volgzaam, maar wel heel gemotiveerd.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Ze willen leren, ze willen alles weten soms tot vermoeidheid van de ouders. Maar iedereen leert op een eigen manier en in een eigen tempo. Op een school wordt meestal geen gehoor gegeven aan dat eigen tempo. Er wordt van te voren bepaald wanneer, op welke manier en hoeveel de lesstof aangeboden wordt. Het kind wat daarvan afwijkt functioneert niet. En als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat je het niet kan, hoe lief dat ook gezegd wordt, ja, dan ga je dat best geloven.

Ik heb zo’n kind. Een geweldig, leergierig, slim, sociaal kind maar anders-dan-anders kind. Samen spenderen we uren met het uitzoeken hoe de wereld werkt. Hij houdt van machines, kristallen en filosofie. We hebben diepe gesprekken. Maar zijn eerste school snapte hem niet en kon hem geen lesgeven. Nu zit hij op een betere school en het gaat al wat vooruit. Maar het blijft een compromis, hoe erg hij en zijn juffen ook hun best doen. Helaas kan een kind in Nederland, als het eenmaal aan een school is begonnen, geen vrijstelling meer krijgen. (Dat is kort door de bocht, maar daar komt het voor ons op neer)

De juf woont op school omdat school voor een kind niets te maken heeft met de echte wereld. In de supermarkt is een kind druk bezig met leren, op school wordt gereproduceerd.

Advertisements

Zoete kinderen

_dsc0003

Dat je je kind komt ophalen en te horen krijgt dat ie toch zoooooo zoet was. Ken je dat? Dat je dan naar je kleine monstertje kijkt en je afvraagt of het echt wel over jouw kind gaat.

Dan heeft jouw kind gewenst gedrag vertoond, en dat is heel normaal.

Soms gebeurt het al eerder. Dan heeft jouw kleine nachtbraker bij oma ineens wel een hele nacht zoet geslapen, of ging mevrouwtje ‘drie liedjes, half uur borst en alleen met mamma er naast’ bij de opvang wel zo liggen. Dat is ook gewenst gedrag en heel normaal. Maar zo voelt dat soms niet.

Je zal de eerste moeder niet zijn die zich vertwijfeld afvraagt of ze überhaupt wel geschikt is om een mens op te voeden, als die stomme leidster van 19 jaar het zo makkelijk even doet. Of te horen krijgen dat je je kind verwent met al die aandacht, dat je gemanipuleerd wordt, aangezien de uk het wel bij oma kon.

Allemaal gewenst gedrag. Allemaal heel normaal. Gezond zelfs. (Dat wil zeggen, het gedrag van het kind is normaal. Mensen die beweren dat kleine kinderen manipuleren vind ik dan weer niet zo normaal)

Weet je dat jij het ook doet? Gewenst gedrag vertonen. Echt waar, jij en je partner en de buurvrouw en iedereen.

Denk maar eens terug aan dat feestje waar je geen zin in had. Toen je van te voren stik chagerijnig was, zat te stomen in de auto maar eenmaal daar toch je best deed en het zowaar nog wel ok was. Of die keer dat je knallende hoofdpijn had maar een belangrijke dag op werk. Niemand die het aan je zag. Of als je gewoon niet zo lekker in je vel zit en geen zin hebt om dat te laten merken aan de vrienden waar je bij op bezoek bent. Allemaal normaal, iedereen doet dat.

Je hebt een thuis-jij en een buiten-jij. Thuis-jij is echter, rauwer, ongefilterd. Buiten-jij is ook echt jij, maar dan wel een aangepaste versie, met een mooi laagje er over.

Jouw kind heeft dat ook. Bij jou voelt ze zich echt veilig, van alle zekerheden in de wereld staat helemaal bovenaan dat mamma altijd van haar houdt. Dus bij jou komt het thuis-kind naar boven.

Bij oma, oppas of vriendjes speelt het buiten-kind. Een beetje aangepast. En natuurlijk komen de ‘moeilijke’emoties echt wel naar boven als de nood hoog genoeg is (weet je nog die keer dat je in de supermarkt hebt staan huilen?).

Lang geleden was ik die leidster op het kinderdagverblijf. Soms als ouders hun kind op kwamen halen, wou dat kind helemaal niet mee. “Nee! Nog even spelen! Je moet weg mamma!”

Mamma met grote ogen, beetje bleek. Wat betekent dat?

Meestal nam ik die ouder even apart, gingen we even praten over hechting en dat alleen een veilig gehecht kind een ouder kan afwijzen. Sloeg de schaamte zomaar om in trots.

Dat je kind thuis ‘moeilijk’ doet is hetzelfde mechanisme waardoor jouw partner soms de volle laag krijgt van jouw stress. We zijn daar veilig.

Het enige probleem is, en ik voel me een beetje een gebroken plaat hier, de buitenwereld. Er is echt niets mis met een kind wat thuis kan ontladen. Er is een hoop mis met een maatschappij die verwacht dat kinderen altijd aan de absurd hoge verwachtingen voldoen die gesteld worden. Dat kan me niet snel genoeg ophouden.

Geheelontslaping

geheelontslaping

In Amerika is abstinence only seksuele voorlichting heel normaal. Kort beschreven wordt tieners dan verteld dat ze geen seks mogen hebben voor het huwelijk….en verder niets…   Uiteraard werkt dat niet. Seks gebeurt toch, alleen is er nu geen kennis van en toegang tot voorbehoedsmiddelen. Resultaat is een flinke groep tiener moeders en een heule hoop SOA’s.

In Nederland doen wij ook zoiets. Ja, niet met seks, daar doen we normaal over…nou ja….normaler dan in de VS dan. Hier doen we raar over baby’s en waar ze slapen. Net als het genie wat ooit seks aan zwangerschappen en SOA’s verbond, heeft een andere slimmerik bed sharing (je baby bij je in bed nemen) aan wiegendood verbonden. (Opmerkelijk verschil is wel dat als je echt, echt geen seks hebt, je ook echt niet zwanger wordt, maar dat er toch ook kindjes in een wiegje sterven, maar goed.)

In beide gevallen werd de baby, zo hup!, met het badwater het raam uit gesmeten. Geen seks en niet samen slapen, dan komt het wel goed met de wereld.

Seks kan ook veilig. Dat weten wij in ons koude kikkerlandje best. Met condooms, pillen en nuva ringen kunnen tieners heerlijk op ontdekkingstocht. We genieten hier dan ook van een erg laag cijfer voor ongewenste zwangerschappen en SOA’s.

Bed sharing kan ook veilig. Mits goed gedaan is het zelfs veiliger dan een wiegje op een eigen kamer. Maar er is nog een overeenkomst. Bed sharing is onvermijdelijk. Elke ouder valt wel eens samen met een baby in slaap. S’nachts op bed, of overdag op de bank. Het gebeurt. We zijn nu eenmaal moe, kleine kinderen snappen nog niets van nachtrust en al helemaal niets van vroege wekkers. Het gebeurt.

Daarmee kan je dus stellen dat onze geheelonthoudende voorlichting wat betreft de slaapplek van een baby niet werkt. Maar tegelijkertijd hebben veel ouders geen toegang tot kennis over en hulpmiddelen voor veilig samen slapen. Dat is een dodelijke combinatie.

Ik ben er van overtuigd dat, hoe goedbedoeld ook, campagnes die ouders vertellen dat een kind nooit bij hun in bed mag wiegendood juist in de hand werken.

De cijfers die worden gegeven kloppen ook niet. Als een kind bij wiegendood in het ouderlijk bed is gevonden, wordt de schuld meteen bij het bed sharing gelegd. Er wordt niet gekeken naar andere oorzaken en naar het gedrag van de ouders. Bot gezegd; als een moeder stomdronken in bed kruipt en op haar baby gaat liggen, krijgt het samen slapen de schuld en niet de alcohol. En dat vind ik dus een hele gevaarlijke situatie. Zo worden verkeerde conclusies getrokken die leiden tot verkeerd advies.

Hier wordt dat wat uitgebreider uitgelegd.

Het wordt hoog tijd voor nieuwe voorlichting. De overheid, de verloskundige, de kraamzorg en het consultatieburo moeten ouders vertellen hoe het wèl kan. Hoe ze hun kindje in elke situatie veilig houden. Dan kan in elk gezin een echte, weloverwogen keuze gemaakt worden.

Mocht je meer willen weten over samen slapen, kijk dan eens rond bij Dr James McKenna (dat is die vent van dat filmpje net.) Hulp, steun en informatie in het Nederlands is te vinden op de Facebook groep Veilig Samen Slapen.

En ben je iemand of ken je iemand die beleid maakt bij Sire, het consultatieburo of welk orgaan van de overheid zich dan ook bemoeit met onze opvoeding, geef mijn naam door wil je? Ik zou graag eens komen praten. Heel vriendelijk, met thee en wetenschappelijk onderzoek.

 

Moederzorg

meld

Waar ik jullie meestal toespreek als (dolle) moeder, wil ik vandaag even op de stoel van dochter gaan zitten.

Dat ben ik namelijk ook, dochter. Ik ben de dochter van drie ouders.

Jup. Drie. Altijd baas boven baas. Snelle uitleg: Er waren eens twee vrouwen die werden verliefd. Wat bloemen, chocola en katten later kwamen daar twee kindjes van. Een jeugd later zijn die twee vrouwen liefdevol hun eigen weg gegaan. Na een tijdje kwam er een geweldige man bij die ik vader mag noemen. Helaas is een moeder overleden maar gelukkig had ik een reserve. (wat! beetje donkere humor mag. Het is mijn moeder)

Ok. Ik. Dochter dus. En nu wil ik het even over mijn overgebleven moeder hebben. Ze is voor mij de originele Dolle Moeder. Zonder poeha maakte ze altijd haar eigen weg. Gebaande paden heeft ze nooit aan gedaan. Ze was, en is, een sterke vrouw. Zo’n echte, met hersens, en bij tijd en wijlen een grote mond (nee echt, een keer waren we op een vliegveld in het buitenland en er was een staking dus we kregen onze bagage niet. Na een tijd heel geduldig wachten had mijn moeder er genoeg van, trok flink van leer tegen een medewerker en een minuut later werden onze koffers naar buiten gereden.).

Ken je die spelletjes van “mijn vader kan jouw vader aan.”? Wel…mijn moeder kan iedereen aan. Tijdens haar deeltijd studie heeft ze haar eigen bedrijf opgezet en was ze vier keer zwanger. Ons huis was altijd vol met geredde dieren en mensen. Ze heeft de grand canyon in een dag gelopen, is op een gebroken been de Alpen uit gelopen, is na haar 50e gaan motor rijden, is in haar leven drie keer geëmigreerd, is na haar 60e aan een tweede master studie begonnen en nu wordt ze oud…..

 

Vroeger he, vroeger had ik zelfs twee van die moeders. Onverzettelijk, machtig, groot en eeuwig. Mijn moeders. Twee prachtige feministen die mij in wijsheid, zachtheid en vertrouwen opvoedden. We maakten altijd grapjes. “De een gaat nooit dood, daar heeft ze geen tijd voor, en de ander vindt doodgaan onzin.”

..en toen claimde de zee er een….

Maar! Ik had de ander nog. Letterlijke rots in de branding stond ze sterker dan ooit. We hadden haar nodig en ze was er.

..en nu wordt ze oud.

Jaa..niet overdrijven he. Ze is niet half dood ofzo. Ze schrijft aan haar thesis, loopt elke dag meer dan ik, kookt, past op, geeft les, en rijdt nog steeds op de motor.

Maar laatst was ze haar horloge kwijt. En bij het zoeken vond ik pijnstillers. Niet erg, niets geks, maar ik wist het niet. We praatten er over, ze legde uit dat ze pijn had. Ze had het mij niet verteld omdat ze dacht dat een kind dat toch niet allemaal wou horen. Waarop ik zei dat ik geen kind meer ben.

Mijn moeders hebben altijd voor mij gezorgd. Een is onder de golven. Voor altijd 63 en voor altijd sterk. De ander is 66 en dat is nog niet zo oud. Ze heeft pijn maar nog niet zo heel erg. Langzaam zorg ik een beetje voor haar, maar echt nodig is het nog niet.

Het proces is prachtig om te zien. Ik vind haar prachtig. Al de moederzorg die ze mij gegeven heeft komt nu weer terug. Uit mijn hart geborreld stroomt het naar haar. Zorg en liefde zijn wederkerig.

Waar miep ik dan over? Waarom ben ik zo melancholisch?

Weet je, als fotograaf hou ik heel erg van dingen die zichzelf niet meer zijn. Een ingestorte schuur, een huis wat afgebroken wordt, een vergeten terrein. Binnen wordt buiten, de functie wordt anders, stiller.

Langzaam, heel langzaam, wordt mijn moeder anders. Haar functie veranderd. Ze is niet meer de grote onverzettelijke, ze is een kleine, beetje kwetsbare vrouw. En ik, ik verander ook. Niet meer het kind wat in vol vertrouwen leeft. Nu de vrouw, ook kwetsbaar, die vertrouwen schenkt.

We zijn niet meer wie we waren. We groeien, op of neer. Dat is mooi. Zo hoort dat. Al het leven stroomt.

 

 

Rapport!


Het gebeurt nu overal om me heen. Kinderen hebben hun rapport van school meegekregen en trotse ouders delen dat via het internet met elkaar.

Leuk toch? Zien dat je neefje een 8 voor wiskunde had, of de dochter van je vriendin een ruim voldoende voor spelling. Doet het ook goed bij oma, die geeft er nog wel eens een centje voor (nou ja, centje, tegenwoordig gaan daar harde euro’s tegenaan).

Mijn jongens hebben de map ook weer meegekregen. De laatste keer van deze school want na de vakantie beginnen ze ergens anders. (En blij dat ik daarmee ben, maar goed, dat is een ander verhaal).

Ik heb hun rapport nog nooit gedeeld, eigenlijk voornamelijk omdat ik geen tabak kan maken van dat kloteding. Er staan woorden zoals “ruim voldoende”, en staan letters van A tot E, er staan romijnse cijfers, meestal in combinatie met de letters, maar niet altijd, en er zijn wat grafiekjes waar ik al helemaal niets van kan maken (nou ja, papier mache moet nog wel lukken denk ik). Het zal allemaal wel. Het interesseert me eigenlijk ook niet zo.

Ja echt, ik vind het niet zo boeiend hoe mijn kinderen ‘het doen’ op school. Ze leren, ik merk duidelijk dat ze vaardigheden opdoen. Exact op welk nivo en hoe snel, is dat nu echt heel noemenswaardig?

Weet je wat mij dan zo opvalt. Dat diezelfde ouders, of alle andere volwassenen in mijn telefoon, nou nooit hun eigen ‘rapport’ delen. Ik zie nooit een functioneringsverslag voorbij komen, of een evaluatie. Ik heb ook zelf nooit enige neiging gehad om die van mij te delen. (En even een zij puntje. Wie hier is er ook zo ontzettend klaar met “En, hoe vind jij dat het gaat?” Wat een ontzettende, voorspelbare, klotevraag.)

Ik snap ook prima waarom je die niet deelt. Een dergelijk oordeel is erg prive. Er zijn best uitzonderingen hoor, maar de meeste mensen vinden het niet leuk om zo te kijk te staan.

Tja, en dan nu de vraag…..als wij het niet leuk vinden, vinden onze kinderen dat dan wel?

Dat hele krijgen van een rapport lijkt me dus al naar. Als kind kon ik er niets mee. Mijn school had een kartonnen, uitvouwbare kaart met handgetekende grafieken. Mooi hoor, maar ja, niet alle grafieken waren goed en dat ging mijn moeder dan zitten bespreken met mijn leerkracht. Heel lief hoor, maar wel over mijn hoofd.

Ik ben zelf nog nooit een evaluatiegesprek ingegaan met een huppeltje, ook niet als ik zeker wist dat het goed zou zijn. Iemand hier die het leuk vindt? Die er naar uitkijkt?

Even een gewetensvraag he, en echt een vraag want ik heb geen idee. Als je dit nou leest nadat je het rapport van je kind gedeelt hebt, had je het van te voren gevraagd aan dat kind? En hoe zou het zijn als je werkgever jouw verslag deelt? Met toestemming? Zonder?

Anyhow. Mijn punt is wel duidelijk denk ik. Het is eigenlijk gewoon raar, dat delen van prestaties. Het zegt iets tegen je kind en ik weet niet of dat nou wel zo leuk is, ook al doe je het omdat je trots bent op alle resultaten.

Vind ik nou dat je een slechte ouder bent als je het wel doet? Nou….nee. Even heel eerlijk, als ik nou een mooi, begrijpelijk, rapport had gekregen van school, misschien had ik het dan ook wel eens gedaan. Zonder er al te veel bij na te denken.

Uiteindelijk is dat het enige wat ik nu zou willen bewerkstelligen. Als nu over een tijdje weer zo’n te groot rapport in een te kleine schooltas vind, denk er dan eventjes over na. Praat even met je kind. En deel het misschien niet.

Waarom ik mijn dreumes laat traplopen

trap1

Dit is mijn dreumes. Mijn wild, heerlijk, grappig, ongetemd kind.

Het witte bij haar hand is verband. Een paar dagen geleden is haar duim kei- en keihard tussen de deur gekomen. Ik ben niet vaak onder de indruk maar dit keer heb ik haar opgepakt en ben zo snel mogelijk naar het ziekenhuis gereden.

Vrijwel elke ouder kent dat misselijkmakende gevoel van je kind wat pijn heeft. Ergens in je onderbuik houdt het het midden tussen pijn en kots. Een mooi trucje van de natuur waardoor we onze kinderen beschermen. En dat doen we.. veel te goed.

Als geen ander weet ik vandaag weer dat ik mijn kind niet tegen alles kan beschermen. Ik weet dat er af en toe ongelukken gebeuren en ik weet dat er dingen mis kunnen gaan.

Toch laat ik haar traplopen. En klimmen, en op blote voeten buiten lopen, en wild met haar grote broers spelen. Daar heeft ze namelijk recht op vind ik.

Ja, ze kan vallen. Ja, ze kan zich pijn doen. Ja, ik weet zelfs dat het echt verkeerd kan aflopen. En toch vind ik dat ze er recht op heeft.

Weet je dat sommige dierenartsen aanbevelen om katten binnen te houden? Hun levensverwachting stijgt daardoor enorm. Geloof ik best, de wereld is gevaarlijk voor een kat. Voor een mens ook wel. Ik denk dat mijn levensverwachting ook stijgt als ik niet verder ga dan mijn tuin. Maar wat voor leven is dat?

Als ik mijn wilde dochter probeer te beschermen tegen alles, weet ik zeker dat ik haar beschadig. Bij elke “niet doen” en elke “pas op” vertel ik haar dat ze zwak is, dat ze het niet kan, dat ik niet in haar geloof. En uiteindelijk gelooft ze dat.

Dus vertrouw ik haar. Ook op de hoge, steile trap.

En nee, dat is niet grenzenloos. Ik laat haar niet de weg op rennen. Er staat een hekje boven aan de trap en voor de stopcontacten zit een plug. Oh ja, en die ellendige deur, daar gaan strips op.

Door mijn vertrouwen blijft ze sterk, blijft ze in zichzelf geloven. Uiteindelijk geeft dat veel meer veiligheid dan mijn bemoeienissen. Nu al merk ik dat ze ontzettend capabel is en ook heel goed zelf risico’s kan inschatten. Zo gaat ze die trap wel op, maar nog niet af. Dat oefent ze op stoelen en op de tripp trapp.

Bij ons in huis hebben we een gezegde: “Van vallen leer je fietsen.” Geboren, overduidelijk, toen de jongens leerde fietsen en wel eens van die ondingen af vielen. Ondertussen gebruiken we het voor vanalles. Zonder vallen leer je niet.

Dus pleit ik voor blauwe plekken, en bulten, en schaafwonden. Voor klimmen en rennen en vallen en opstaan. Ik ben er werkelijk van overtuigd dat kinderen dat nodig hebben om groot te worden, om sterk te worden.

Die duim geneest heel aardig. Er was gelukkig niets gebroken en de zuster heeft het heel mooi ingepakt. In de drie dagen sinds het gebeurt is heeft ze geleerd om zelf op de tafel te klimmen en zelf het tuinhekje open te maken. Met een ingepakte hand.

Soms vraag ik me af wie van ons twee nu groot is en wie klein.

 

De Vaderrevolutie

vader.jpg

Staakt! Staakt! Staakt!

Vaders der Nederlanden, verenig u! Laat uw belang niet door den overheid ontkennen.

Ok. Maar even serieus nu. Het is toch hemeltergend droef? Met die twee dagen vaderschapsverlof. Dagje bevalling doen, even kindje aangeven en daarna mag je op je vakantiedagen interen, of terug naar werk. Ja, of onbetaald verlof opnemen. Dat is ook zo’n lekkere trap na. Een soort geheel onverzorgde voetreis naar Rome winnen.

Meestal praat en schrijf ik over en voor moeders. Das Weib is zeg maar een beetje mijn ding. Ik ben er zelf ook eentje (min of meer dan, maar daar hebben we het nog wel eens over). Maar mijn moeder-fascinatie betekent niet dat ik de andere helft van de weegschaal niet zie; de vader.

Eindeloos wordt er geklaagd over die vader. Dat ie niet genoeg doet, dat ie het niet ziet, niet kan en ergs van alles, dat ie niet wil oppassen op de kleine.

Als je mij dus helemaal over de zeik wil hebben moet je suggereren dat een vader oppast. Het is gewoon zijn kind ja! Dat heet geen oppassen, dat heet ouderschap!!!@##@!!

(oookeee…het wordt zo’n stukje. Geef me even. Ik kom zo weer op het spoor)

Ja. Vaders. Hartstikke belangrijk man. Maar dat wordt niet gereflecteerd in de wetten en voorzieningen die we hebben. Die miezerige twee dagen verlof. Dat gezeur met de verschoontafel die steeds in het vrouwen toilet zit en ja, ook dat opgehemel over een “pappa-dag” (ook zo’n lekkere irritatiefactor). Het is gatnondeju geen pappa-dag! Het is gewoon een ouder, die bij zijn kind is, dat heet gewoon maandag ja! (of dinsdag…je snapt me wel.)

Dus vind ik het tijd voor een Vaderrevolutie. Met de grote V. Als de dolle Mina’s waar ik mijn naam aan ontleen hoop ik op vaders op de barricade’s. Stakende vaders, sit-ins op dat stomme vrouwentoilet met die verschoontafel.

Het is zo enorm belangrijk om bij je kinderen te zijn, er echt te zijn en niet alleen buiten kantoortijden. De wetenschap heeft dat heel mooi aangetoond. Kinderen van betrokken vaders zijn cognitief meer competent en doen het beter op school. (en dat is even heel kort door de bocht).

Het is ook voor vaders belangrijk. Ik praat veel over vrouwelijke kracht en vrouwen die daar in staan, maar er is ook een mannelijke tegenhanger. Mannen hebben hun eigen kracht en een man die daar in staat is prachtig. Maar ook dat zie je niet vaak meer.

Een betrokken vader, een gehechte vader, die staat in zijn kracht. Dat is geen wijven gedoe, maar juist heel uniek mannelijk. Een mooi voorbeeld vind ik de Praktijkvader. Leuke vent joh! Hij is vaak op beurzen en opvoed-festivals. Moet je eens kijken wat hij uitstraalt.

Decennia lang zijn vrouwen gekleineerd. Iets waar we pas nu, heel langzaam van helen. Maar mannen zijn in dat proces ook beschadigd. Er is een balans kwijt geraakt. Het is hoog tijd dat mannen hun deel weer terug gaan pakken. Daarom hoop ik zo op een revolutie.

Dus vaders verenigt u! De overheid wil jullie wegmoffelen, heel het vaderschap maar twee dagen erkenning geven. In de publieke ruimte krijgen jullie, letterlijk, geen ruimte. In de media geen juist beeld. Ik wil jullie zien! Ik wil jullie horen! Ik wil zo ontzettend graag dat jullie het gewoon niet meer pikken!

Pak de kinderwagen, de draagdoek, of slinger die kleine op je schouders en op naar het binnenhof! En dan allemaal de luiers verschonen op het buro van de ministers.